Protesten tegen werkloosheid in Tunesië

31 december, 2010

In Tunesië woedt al twaalf dagen lang een felle opstand tegen werkloosheid. De regering beantwoordt het protest met, soms dodelijke, onderdrukking. Maar het verzet houdt aan en protest tegen repressie wordt nu ook een steeds duidelijker aspect ervan. Het autoritaire bewind van Bin Ali zit in de problemen, voor de arme bevolking gloort er iets van hoop.

Het begon allemaal toen een  man “zichzelf in brand stak uit protest nadat politie het fruit en de groenten die hij vanaf ene krama verkocht in brand stak”, zo gaf Aljazeera weer wat getuigen vertelden. De daad werd gezien als desperaat protest tegen hoge werkloosheid. Prompt protesteerden dan ook enkele honderden jonge mensen, winkelruiten en autoramen moesten het ontgelden vanwege hun woede, de politie vuurde traangas af. Dat was op zaterdag 18 december. Volgens getuigen ging het protest de dag erop nog door. Een en ander gebeurde in de stad Sidi Bouzid.

Op 25 december viel er een dode. De politie schoot op demonstranten in Menzel Bouyane, volgens autoriteiten nadat die gebouwen en politieauto’s  in de fik staken. Een vakbonds man maakte, naast de door de politie doodgeschoten man, ook melding van 10 gewonden. Op 27 december was de hoofdstad Tunis zelf het toneel van protest. Rond duizend mensen demonstreerden, en voerden een spandoek mee: “verdeel de welstand van het land”. Dat meldde Nieuws.nl. De BBC voegt eraan toe dat er intussen ook een man zichzelf had geëlectrocuteerd als protest tegen werkloosheid. Ook citeert deze omroep Sami Tahr, aanvoerder van de vakbond docenten aan middelbare scholen. “We zijn hier vandaag bijeengekomen in solidariteit met de bevolking van Sidi Bouzid en om de nagedachtenis te groeten van de martelaren van onderdrukking die slechts hun recht op werk zochten, zo lichtte hij toe. Wat begonnen was als werklozenprotest in enkele provinciesteden, was intussen aan het yuitgroeien tot een landelijk protest tegen zowel repressie als werkloosheid.

Die strijd gaat voort. Op 28 december drukte de politie een protestmanifestatie georganiseerd door vakbonden in de stad Gafsa ded kop in. Tegelijk demonstreerden 300 advocaten. Een blogger in Tunesië schreef dat mensen nbiet alleen maar veranderingen in beleid eisten. “Ze vroegen de president zelfs om te vertrekken.” In Tunesië, waar de president al heel lang aan de macht is en waar oppositie zeer weinig speelruimte krijgt, is zoiets bepaald opmerkelijk. De staat demonstreerde haar houding nog eens door de verschijning van twee oppositiebladen te beletten. Aljazeera , waaraan ik deze gegevens over 28 december ontleen, citeert ook een commentator die erop wijst dat het gebrek aan reactie op de repressie toch wel in schrikll contrast staat tot de Westerse reactie op vergelijkbare onderdrukking in bijvoorbeeld Iran en Rusland. Inderdaad. Hypocrisie is dan ook de achternaam van dat vrije Westen wiens voornaam ‘mensenrechten’ is.

Vandaag berichttte Aljazeera niet alleen dat een man aan zijn op 24 december door politiegeweld opgelopen verwondingen was overleden. Tevens meldde de website van deze zender protesten in Monastir, in Sbikha en Chebba. In al die plaatsen onderdrukte veiligheidstroepen het protest, soms met grof geweld. Advocaten kregen klappen van politie toen ze her en der protesteerden tegen de arrestatie van collega’s. Intussen is de president begonnen met het slaan van functionarissen, onder meer van de gouverneur van de provincie waarin de protesten waren begonnen. De staat voelt zich klaarblijkelijk toch enigszins bedreigd door de volkswoede.

Wat zit er achter het protest? Een artikel in Al Ahram maakt redelijk wat duidelijk. Zo Tunesië een hoge werkloosheid, en die is nogal ongelijk verdeeld over het land: “90 procent van (investerings)projecten gaat naar  kustgebieden, en 10 procent naar het binnenland”, zo zegt een oppositieleider volgens dit blad. Het zwaartepunt van de economie ligt in het noorden van het land, waar vooral ook veel verdiend wordt aan toerisme. De andere belangrijke bedrijfstak is de textiel. Die zorgen voor werkgelegenheid, maar in het zuiden van het land merken mensen daar veel minder van. Vermoedelijk is daarom is juist dáár, en niet in bijvoorbeeld Tunis, de vlam het eerst in de pan geslagen.

Het gaat ook om een specifieke vorm van werkloosheid, namelijk om werkloosheid onder hoogopgeleiden. Aljazeera vertelt dat er jaarlijks 80.000 mensen afstuderen. Die zoeken niet zozeer een  baan in de textielfabrieken of in de hotels. “In de stad Sidi Bouzid, waar de protesten begonnen, is 25 procent van de mannelijke afgestudeerden werkloos, net als 44 procent van de vrouwelijke afgestudeerden.” Hoogopgeleide mensen die geen behoorlijke baan kunnen vinden in een land waarvan de economie op zichzelf flink groeit, vorig jaar met 3,8 procent. Daarin ligt een explosieve sociale tegenstelling die nu tot ontploffen komt.

Of het werkelijk een revolutionaire volksopstand wordt waarmee de massa van de bevolking zich van een onderdrukkend bewind gaat ontdoen dat hen geen fatsoenlijke toekomst biedt? In ieder geval is het meer, véél meer, dan enkel een paar losse rellen en protesten. En dat is al bemoedigend.

Advertenties

Kerst 2010

26 december, 2010

Zo, dat was dan kerst 2010. Hebben we het allemaal overleefd? Ik vraag dat niet zomaar, onderzoek heeft uitgewezen dat de twee weken  die met kerst beginnen een sterk verhoogd sterftecijfer te zien geven, althans in de VS. Vooral eerste kerstdag springt er uit. Het aantal mensen dat op weg naar het ziekenhuis overlijdt is dan bijvoorbeeld opvallend hoog, evenals het aantal mensen dat in het ziekenhuis alsnog sterft. Op tweede kerstdag is het ook goed raak in dit opzicht.

Waar al die mensen precies aan dood gaan wordt uit het betreffende Amerikaanse onderzoek niet duidelijk. Maar ik kan me er iets bij voorstellen: de kloof tussen gehypede gezelligheidsverwachting wordt mensen fataal, mensen die , al oververmoeid, onder hoge tijdsdruk alles nog moeten regelen voor het ‘gezellig’ wordt, bezwijken aan stress, hartklachten, verkeersongelukken en weet ik wat; eenmaal op de feestplek aangekomen luidt een ‘dan is het nú gezellig, ja?!’ de zoveelste familieruzie of erger in – en artsen en verplegenden die de rotzooi mogen helpen opruimen zijn tegen het eind van het jaar ongetwijfeld ook aan hun eind en dus niet meer op hun best. Tel uit je dodencijfers. En het is nog te vroeg om opgelucht adem te halen trouwens: nieuwjaarsdag, ook zo’n hoogtepunt van stress en gelukzaligheid, springt er wat dit betreft ook uit. Zullen jullie allemaal voorzichtig zijn met jezelf en elkaar?

Kerst blinkt altijd uit vanwege de vrijwel perverse absurditeiten die dit seizoen van vrede en goede wil meebrengt. Zo was er het bericht van de kerstboom in, jawel, Aboe Dhabi, in de Verenigde Arabische Emiraten dus. Juan Cole, die er over bericht, wijst er al op dat het enigszins merkwaardig is: een bvoom die aan een Christelijk feest is gekoppeld, in een overwegend Islamitisch land. Overigens, voor de fijnproevers in dit soort dingen: kersbomen wortelen in Germaanse natuurgodsdienst, niet in het Christendom; het verschijnsel is in de Christelijke kerstviering als het waren geadopteerd, maar in het oorspronkelijke bijbelse kerstverhaal komt geen kerstboom voor.

Toch oogt het merkwaardig, zo’n boom in een maatschappij waar traditioneel geen kerst wordt gevierd. Maar ja, toerisme, nietwaar? De Allerhoogste God die juist rond kerst zo aanbeden wordt is immers de God van Koop en Verkoop. Daarvoor buigen, als het er op aankomt, ook heel veel vrome aanhangers van het geloof in Allah, Jahweh of God uiteindelijk devoot het hoofd. Kerstbomen in winkelcentra zijn geen christelijk symbool. Kerstbomen zijn een commercieel symbool, en dat overschrijf dt godsdienstige grenzen. Tegen die achtergrond is het niet verbazingwekkend dat de boom plus versiering – juwelen en goud- een slordige 11 mijoen dollar kostte.het hotel waar het onding staat, maakte eerst een vaag soort excuus voor zoveel decadente extravagantie, maar kwam daar weer op terug. En waarom ook niet? Waarom is ene béétje opgeklopte geld- en koopzucht wél okay en een beetje véél opeens niet?

Ja, en dan is er nog de kerstboodschap van Bea. Over de inhoud ga je van mij niets lezen hier. Maar de kop waarmee Trouw het stuk koninklijk proza afficheerde is gewoon de satire voorbij. “Koningin: behandel ander als uw gelijke”. Zoiets verdient toch hoongelach, heeft de redactie van Trouw dat zelf niet door? Mijn antwoord aan de majesteit: mevrouw, het zou beter zijn als wij u als onze gelijke zouden behandelen. Maar is erfelijk koningschap met die gelijkheid zelf niet principieel in strijd? U zult er dan wel geen bezwaar tegen hebben dat wij die kroon van uw hoofd verwijderen, u in een flat in Tilburg-Noord huuisvesten, en uw paleis ter beschikking stellen van verdreven krakers en andere daklozen? Het zijn zomaar wat vragen hoor, om in de laatste dagen van dit jaar eens over na te denken.


Anarchisten en de strijd tegen bezuinigingen: artikel Buiten De Orde

26 december, 2010

Hieronder vindt je een artikel dat ik met plezier schreef voor ‘Buiten de Orde’, blad van de Vrije Bond. Het is gepubliceerd in jaargang 21, 3e kwartaal, herfst 2010, De tekst is als daar, alleen heb ik er mijn eigen alinea-alinea in gedaan; kortere alinea’s verhogen online, naar mijn smaak de leesbaarheid. Ik dank de mensen van de Vrije Bond hartelijk voor  plaatsing en aldaar, maar wil het mijn lezertjes hier ook niet onthouden:)

Lees de rest van dit artikel »


Gooi de commercie uit de kinderopvang

24 december, 2010

Scholen, openbaar vervoer, gezondheidszorg – zelfs de meeste neoliberalen snappen dat je dat soort voorzieningen tenminste enigszins collectief zult moeten regelen. De overheid – bij gebrek aan werkelijk menselijke  collectiviteit het orgaan dat zoiets dan doet – geeft concessies uit voor het openbaar vervoer. De overheid bepaalt, via gedetailleerde regelgeving, wat voor ziekenhuizen er staan, met wat voor soort capaciteit en bevoegdheden. En de overheid zorgt voor openbare scholen, en onderwerpt scholen die daarbuiten van llen – bijzonder onderwijs, vaak op religieuze grondslag – aan stevige regulering. Er zijn eisen aan de voorzieningen, aan het lesprogramma emn dergelijke. daar hangt subsidieverlening van af, en dat soort dingen worden gecontroleerd ook. Als er misstanden zijn, kijken mensen mede naar die overheid: was regelgeving adequaat, is er voldoende controle geweest?

Maar stel je nu eens het volgende voor. Een politicus – laten we hem Rotte noemen, of  Vervagen, of Wildwest – stelt voor dat iedereen die dat wil en er het geld voor heeft, gewoon lekker een school kan beginnen. Je huurt een gebouwtje, zet daar stoelen en tafels is, regelt wat werkloze docenten die aan de slag willen, ontwerpt een flitsende folder, en hopsakee. Je zorgt er intussen voor dat er een schrijnend tekort aan openbare scholen is, je zet de subsidie aan bijzondere scholen eveneens stop. Onderwijs is immers gewoon een product, nietwaar? U wilt dat uw kinderen kunnen lezen en schrijven? De vrije markt biedt de plek waar u dat kunt regelen, mevrouw, mijnheer! Dókken zult u, voor de toekomst van uw kind.

Je kunt er donder op zeggen dat er over tien, vijftien jaar na zo’n maatregel overal inderdaad particuliere scholen zouden bestaan. Aftandse schooltjes voor armeluiskinderen, waar je na zes of acht jaar stampen tot 50 kon tellen, zinnen van vier tot vijf woorden kon schrijven, en heel misschien wist waar de Slag bij Nieuwpoort ligt, en wanneer Delfzijl plaatsvond. En kwaliteitsscholen waar dertienjarigen al twee talen beheersten, halve wiskundigen waren en moeiteloos de weg tussen Kandahar en Kaboel zouden kunnen wijzen op een kaart, compleet met een volkenkundig-historische verhandeling over Afghanistan. Ongelijkheid zou openlijk troef zijn.

Wantoestanden ook. Docenten die grof deden tegen leerlingen die zich enigszins rumoerig gedroegen, botte opmerkingen tegen kinderen die ‘domme’ antwoorden gaven of onhandig waren in de wekelijkse kindermishandeling die als gymnastiekles bekend staat, noem maar op. Verder natuurlijk lekke en stinkende WC’s, apparatuur die vaker niet dan wel werkt, verwarmingen die uitvallen in december, om over ontbrekende airco maar te zwijgen. Dat natuurlijk vooral in de armeluisscholen. De rijkeluisscholen hebben glanzende WCs, flitsende én werkende apparatuur, bevoegde en getrainde docenten. Daar echter springen tegen de tijd dat de examens aanbreken, leerlingen bij bosjes net niet of net wel uit het raam vanwege de pure wanhoop en de stress vanwege het afgedwongen opgefokte prestéren, prestéren, prestéren. O heerlijke nieuwe wereld!

En van allerlei scholen, zowel die voor het rijke als voor het arme deel van de kindermarkt, zouden we nog andere verhalen horen, eerst als gerucht, daarnaals onthulling, schandaal en onderwerp van aangifte en juridisch onderzoek. We zouden horen van docenten en ander personeel dat de handen niet wist thuis te houden, van oudere leerlingen voor wie hetzelfde gold, we zouden horen van misbruik in alle soorten en maten. En heel veel mensen zouden zeggen en erkennen: ja, als je kinderen overlevert aan scholen waarin het om opbrengst en winst gaat, waarin kosten gedrukt moeten worden, dan krijg je tekorten aan personeel, dat bovendien niet voor de taak is berekend en aan wie je de zorg voor kinderen dus niet kunt toevertrouwen. Je krijgt dan ook gebrekkige selectie waardoor mensen met zeer ónpedagogische bedoelingen makkelijk werk in zulke scholen zouden kunnen vinden. Maak van het onderwijs een neoliberaal eldorado, en je zet de deur naar zelfs de grofste vormen van kindermisbruik wagenwijd open. Dat is niet erg moelijk te snappen.

Waarom is het dan moeilijk te begrijpen dat dit evenzo geldt voor kinderopvang? Waarom zijn we verbaasd dat er verschrikkelijke dingen gebeurd zijn in het Hofnarretje, waar nu een heuse onderzoekscommissie mee aan de slag gaat? En waarom de schok dat iets soortgelijks gebeurd is in Ens, waar de van misbruik verdachte persoon zelfs mede-eigenaar was van een kinderdagverblijf? In deze sector kan iedereen gewoon een opvangbedrijf beginnen. Toezicht is gebrekkig en formeel, winstgevendheid de norm. Gek he, dat het welzijn, en zelfs de meest elementaire veiligheid, van kinderen er een beetje bij in schiet?

Het is niet altijd zo geweest. “Pas met de invoering van de Wet op de kinderopvangis vastgelegd dat de colectieve verzorging van kleine kinderen hjet beste op de markt kan plaatsvinden”, schrijft Rineke van Daalen in een prachtig opiniestuk in de Volkskrant dat afsluit met de hartekreet: “kinderopvang hoort een publieke voorziening te zijn.” Niet dat de zaak voor die tijd zo héél goed gesteld was. “Eenderde van de cr`ches is illegaal” meldde Trouw in 1997, in een stuk waar columniste Elma Drayer naar verwijst. Drayer noemt zelf, in een verstandig stuk,  enkele gevallen van misbruik op crèches uit die tijd.

Het heeft er veel van weg dat de wet van 2005 niet veel verbetering heeft mee gebracht. Voor die tijd was er een ongereguleerde sector, vol van onwettige praktijken. Die praktijken zijn ongeveer gebleven, ze vinden nu alleen binnen wettelijke grenzen plaat. En die grenzen worden niet alleen slecht gecontroleerd en gehandhaafd. Die grenzen zijn ook nog eens erg losjes. Edith Snoey, voorzitter van de AbvaKabo, schrijft bijvoorbeeld: “bij de invoering van de Wet kinderopvang zijn de kwaliteitsregels overgetalen aan de ‘producenten’ (werkgevers) en de ‘afnemers’ (ouders).” Die “hebben een convenant afgesloten waarin staat dat ze het verantwoord vinden als je maximaal drie uur per dag alleen werkt optt de groep.” Volgens Snoey geven personeelsleden aan dat dit vaak tot “onveilige toestanden” leidt. maar ja, personeel is geen partner in genoemd ‘convenant’. Het is absurd dat zulke regels, buiten de mensen die in de kinderopvang werken, zo via een convenant geregeld wordt. En het aantal uren waarin, volgens afspraak of regelgeving, personeelsleden alléén mogen zijn met de kinderen, zonder tweede collega’s, zou op núl dienen te staan, en geen minuut meer.

Nee, ik geloof niet dat in een beter geregelde kinderopvang, met professioneel personeel, goede arbeidsvoorwaarden en vooral veilige omstandigheden voor de kinderen om wie het zou moeten gaan, geen misbruik meer zal plaatsvinden. Maar de opvang van kinderen overlaten aan marktwerking, en voorwerp laten zijn voor commercie en winstbejag, is wel 0vragen om veel méér van dit soort verschrikkingen dan anders het geval zouden zijn.

Ja, er zijn mensen – helaas kennelijk ook werkzaam in kinderopvang – met een doodgriezelige obsessie met kleine kinderen. Er zijn mensen – helaas ook werkzaam in de kinderopvang – met een doodgriezelige obsessie met het geld dat met kinderporno te ‘verdienen’valt. Maar de gevaarlijkste kracht wordt gevormd door diegenen dmet een doodgriezelige obsessie voor marktwerking, commercie en winstbejag tot elke prijs, zelfs als die prijs bestaat uit het grofste misbruik van de meest weerloze jonge mensen. De kinderopvang onttrekken aan hun obsessie en hun macht is wel het allerminste dat we kunnen en moeten doen om de kans op misbruik in ieder geval heel drastisch terug te dringen.


‘Don’t ask, don’t tell’ eindelijk weg

24 december, 2010

President Bu… uhh Obama heeft deze week zijn handtekening gezet, het Congres had in meerderheid groen licht gegeven: ‘Don’t ask, don’t tell’ is niet meer, lesbo’s en homo’s mogen nu deel uitmaken van het Amerikaanse militaire apparaat en hoeven huhn seksuele oriëntatie niet meer verborgen te houden. Het is een welkome stap vooruit naar gelijke rechten van mensen, welke seksuele voorkeur ze ook hebben. Maar het is misplaatst om enkel in gejuich uit te barsten, en al helemaal om de argumenten voor het gejuich kritiekloos van echo en galm te voorzien.

Het beleid dat onder de naam ‘Don’t ask, don’t tell’ bekend stond, was een verschrikking. Wie openlijk voorkeur had voor iemand van hetzelfde geslachtr, mocht geen militair worden. Wie militair was en een homoseksuele voorkeur had, moest dioe verborgen houden op straffe van ontslag uit dienst. Het was doodgewoon discriminatie. Sinds de invoering ervan in 1993, onder die andere progressieve g held, Bill Clinton, zijn langs deze weg 13.500 militairen gedwongen de dienst te verlaten.

Deze uitsluiting was van dezelfde orde als het feit dat in het grootste deel van de VS homoseksuele stellen nog steeds buitengesloten worden van het huwelijk. Als in twee van de pilaren van de gevestigde maatschappij, leger en huwelijk, lesbo’s en homo’s worden buitengesloten, dan is dat een boodschap aan lesbo’s en homo’s. Die boodschap is: jullie zijn tweederangsburgers, jullie zijn minder waard dan de rest. Toegang tot het huwelijk en het leger op gelijkwaardige basis is een doodgewone eis tot gelijke rechten, en in die specifieke zin een stap vooruit.

Er zijn linkse activisten voor homo-bevrijding die dit relativeren met als argument: het huwelijk is een verwerpelijk burgerlijk instituut, en het leger is helemaal een militaristisch fout verschijnsel. Waarom is toegang tot zulke foute instellingen dan progressief? Het antwoord is niet zo moeiilijk. Ja, beide instellkingen mogen wat mij betreft verdwijnen, met de maatschappelijke orde waar het wezenlijke onderdelen van zijn. Maar zoláng ze er zijn, gaat er een uitstraling van uit die niet te miskennen is. Wat daar gebeurt heeft zijn weerslag op de hele maatschappij. Als dáár geen gelijke rechten voor hetero- en homoseksuele voorkeuren gelden, dan kan elke homofoob daarnaar verwijzen om lesbo’s en homo’s ook elders de deur te wijzen. Je hoeft het militaire apparaat of het huwelijk niet te ondersteunen om tóch te vinden dat, zolang die instututies bestaan, iedereen ongeacht seksualiteit er deel van moet kunnen uuitmaken als zij of hij dat wil. Om maar eens een vergelijking te maken: ik wil een wereld zonder grenzen, een wereld waar paspoorten overbodige onzin zijn. Maar dat wil toch niet zeggen dat het ons koud laatals bepaalde bevolkingsgroepen wél een paspoort kunnen krijgen en andere groepen niet?

De mogelijkheid om openlijk als lesbo of homo militair te worden, is dus een stap voorwaarts. maar daarmee verdwijnt niets van de noodzakelijke kritiek op het militaire apparaat. We dienen ons dan ook jkrachtig afg te zetten tegen sommige van de uitspraken waarmee de afschaffing van ‘don’t ask don’t tell’ begroet of bepleit zijn. Hier hebben we admiraal Mullen, in een weergave van de NRC. Deze opermilitair “sprak van een goede beslissing. Volgens hem wordt het leger van Amerika sterker door het toelaten van openlijke homoseksuelen en lesbiennes.” Welnu, dat is precies géén goede reden. Hoe zwakker het Amerikaanse leger is, hoe beter, en als afschaffing van ‘don’t ask, don’t tell’ het leger versterkt dan is dat eerder een argument tégen die afschaffing dan ervoor. In werkelijkheid gáát het helemaal niet om de vraag of deze maatregel het leger versterkt of verzwakt. Het progressieve – het énige progressieve! – eraan is dat het een vorm van discriminatie opdoekt, en daardoor bijdraagt aan de afbraak van homodiscriminatie sowieso.

Veel juichkreten over het schrappen van ‘don’t ask, don’t tell’ bestaan deels uit het aanprijzen van de stap als een overwinning van president Bu… pardon, Obama. Trouw schildert hoe president Obama, kort geleden nog aangeslagen door de verkiezingsoverwinning van de Republikeinen, weer “het initiatief terug heeft.” De toelating van homo’s en lesbo’s in het leger is van die comeback dan een voorbeeld. Het schrappan van ‘Don’t ask, don’t tell’ is in deze beeldvorming dus Obama’s overwinning.

Daar zijn meerdere dingen over te zeggen. In de eerste plaats is de strijd tegen de uuitsluiting van homo’s en lesbo’s uit het leger een strijd die al lang bezig is. In de allereerste plaats activisten voor homo-rechten – lesbo’s homo’s, bi’s, transgenders,  solidaire hetero’s hebben zich daarvoor ingezet, jaar in, jaar uit. Hún komen allereerst de felicitaties toe, niet een president die op het gebied van homorechten sowieso maar net komt kijken. Obama hier als overwinnaar uitroepen omdat hij het laatste zetje gaf, is net zo slim als een conducteur die op een vertrekkende trein springt, prijzen – alsof het fluitje de trein in beweging bracht, en niet de handelingen van de machinist.

Bovendien: voorzover deze progressieve maatregel afstraalt op Obama, voorzover hij eer mee inlegt, krediet uit wint, is dat slécht nieuws en geen goed nieuws. Deze president gebruikt immers zijn krediet voor een beleid dat asociaal en levensgevaarlijk is. Meer krediet voor Obama betekent dat hij zich sterkerd v zal voelen om datgene te doen wat zijn presidentschap typeert. dat wil zeggen: hij zal zich sterker voelen om onbemenste satelietten met dodelijke lading op Pakistan te gooien, om de oorlog in Afghanistan met toenemende hardheid door te voeren – hele dorpen schoonvegen op zoek naar explosieven is daarvan een voorbeeld – en ga zo maar door. Een sterkere Obama is ene Obama die des te makelijke doorgaat met zijn oorlogsmisdadigheden.

Het schrappen van ‘don’t ask, don’t tell’is ene waradevolle stap in de goede richting. Maar als militair apparaat en president Obama er sterker van worden, dan zijn dit hoogst ongewenste bij-effecten ervan. Ik sluit me dan ook graag aan bij de woorden van Medea Benjamin: “Aan de homo-gemeenschap: nu je het leger in kunt – doe het niet!”


Venezuela en de vrijheid

21 december, 2010

Enige jaren geleden was Venezuela, president Chavez en zijn ‘Bolivariaanse revolutie’ bij grote delen van links Het Grote Ding. In dat land werd, zo luidde het, via overwinning na verkiezingsoverwinning, brede volksparticipatie via Communale Raden als bestuursorganen, isiones voor gezondheidszorg, onderwijs en wat al niet meer, en via een bijbehorende socialistische partij waarin Chavez’ aanhangers zich geacht werden te verenigen,  het ‘socialisme van de éénentwintigste eeuw’ doorgevoerd. Dat zou dan een democratisch socialisme zijn, dat zou breken met het kapitalisme zonder er een bureaucratische dictatuur voor in de plaats te zetten. Dat was de hoop, maar ook het geloof van dit deel van links.

Van enige scepsis liet ik in 2007, toen ik nog een keurige trotskist probeerde te zijn, onder meer al blijken op mijn Engelstalige weblog, in een serie getiteld “Venezuela: don’t overdo it, comrades”, bijvoorbeeld in deel 7 daarvan (1). Ja, de ontwikkelingen waren interessant, hoo[pgevend, maar het ging veel te ver om er al een revolutie in te zien, en de neiging op het proces te hypen tot veel meer dan het was, verdiende enig tegengas. Zoiets vond ik destijds.

Intussen ben ik blijmoedig gedeserteerd naar het verfoeilijke kampt der anarchisten, en is mijn sympathie voor Chavez en zijn politiek verder afgenomen. Vooral de pretentie dat hij een antikapitalistisch politiek proces aanvoert is wat mij betreft onjuist; de man tracht hervormingen, via de staat, en wil daarmee een veranderd, op een aantal punten leefbaarder, kapitalisme te brengen. Niet minder, maar ook niet wezenlijk méér. Dat delen van zijn aanhang op méér hopen, zich daarvoor inzetten en in die inzet steun verdienen, is daarmee niet in strijd.

Mijn wantrouwen in het Chavisme wordt keer op keer aangewakkerd door beleidsmaatregelen, die, ieder afzonderlijk, verdedigbaar overkomen maar in hun samenhang wel degelijk een proces van centralisatie en staatsversterking inhouden dat ongezond is. De mogelijkheden tot een werkelijke breuk met het kapitalisme én met de bureaucratische stata die – ook onder Chavez’ leiding – ermee verweven is, wordt door tit soort beleid gedwarsboomd, ongeacht de progeressieve bedoelingen die er wellicht aan ten grondslag liggen.

Onlangs waren er weer een paar van dit soort maatregelen. Het parlement heeft gisteren een wet aangenomen die president Chavez de bevoegdheid geeft om wetten door te voeren om hulpverlening aan slachtoffers van overstromingen te kunnen regelen. Ook moet via deze machtigingswet de principes van het al genoemde ‘Socialisme van de Eenentwintigste Eeuw’ in de juridische structuur van het land beter verankerd worden. 

Natuurlijk schreeuwt de rechtse oppositie moord en brand. Die ziet er een zoveelste stap richting dictatuur in. Als die oppositie gelijk had bij eerdere soortgelijke reacties op eerdere maatregelen van Chavez, dan zou Venezuela allang een éénpartijstaat vol met concentratiekampen moeten zijn geweest. Bovendien zijn forse krachten binnen diezelfde oppositie zelf niet vies van dictatuur als het ze uuitkomt. Dit soort kringen voerden in april 2002 zélf een staatsgreep uit t tegen Chavez. Een volksopstand bracht Chavez toen terug aan de macht en sneed de dictatoriale optie de pas af.

Stephen Lendman legt uit waarom de wet geen dictatoriale maatregel is. De presidentiële becvoegdheden die erin regegeld worden, zijn tijdelijk: 18 maanden. Het parlement kan eruit voortvloeiende decreten alsnog wijzigen. Kiezers kunnen via een referendum stukken wetgeving die ermee doorgevoerd zijn, alsnog terug draaien. Bovendien: eerdere presidenten bedienden zich ook al van dit type bevoegdheden. De grondwet van 1999 maakt het mogelijk, maar de grondwet van 1961 deed dat ook al. Er is dus weinig tot niets aan de hand. Het gaat niet om het vestigen van dictatuur. Het gaat om het helpen van 130.000 slachtoffers van een ramp.

Ik ben niet helemaal overtuigd. Nee, deze wet is geen dictatuurmaatregel. Maar de redenering van Lendman inspireert niet bepaald. In de eerste plaats is er de verwijzing naar vroeger, naar eerdere presidenten. Het zal waar zijn dat die ook machtigingswetten hanteerden. Maar was het idee van die mooie Bolivariaanse revolutie nu niet juist dat het allemaal ánders zou gaan dan onder voorgaande presidenten? Je kunt met de opmerking van Chavez’ voorgangers zich niet anders gedroegen op dit punt, dan wel de huidige oppositie – veelal politiek ergenamen van die voorgangers – van repliek dienen, en laten zien dat die met twee maten meet hier. Maar daarmee is de maatregel nog niet tot verstandig opgewaardeerd. Misschien was het gebruik van machtigingswetgeving toen immers wel helemaal niet juist.

Dat de machtigingswet binnen de grondwettelijke orde van Venezuela prima past, dat er uit liberaal democratisch oogpunt weinig tot niets op aan te merken is, toont Lendman wel aan. Maar is dat voor links wel zo’n sterk argument? Is het idee van een socialistische omvorming niet juist dat er hógere eisen aan democratie worden gesteld, ook op de weg erheen? Wat mij betreft willenw e dirécte, gene liberale democratie, we willen zélfbestuur, geen presidentieel bestuur. Alweer: met de redenering van Lendman kun je aantonen dat het gejammer van de rechtse oppositie over antidemocratische maatregelen gezeur is in termen van die oppositie zelf. Maar er is niet mee aangetoond dat de maatregel zelf steun en waardering verdient. Ik vind dat we de neiging om beleid vooral vanuit het presidentiële paleis te maken, en dat machtscentrum van steeds meer bevoegdheden te voorzien, wel degelijk verontrustend en verkeerd, ook al valt het binnen formeel democratische kaders.

En het onderliggende argument – noodtoestanden vereisen centralistische noodmaatregelen met bijbehorende becvoegdheden – geeft me koude rillingen. Nee, Chavez is geen dictator. Maar menig dictatuur, openlijk rechts of in linkse pretverpakking, is gestart als initiatief van mensen die zich beriepen op noodtoestanden die harde maatregelen vereisten. De Russische revolutie is mede ten grave gedragen door zaakwaarnemers van die revolutie zelf die aan een – zeer reeële! – noodtoestand, een situatie van burgeroorlog, interventie en economische ineenstorting, argumenten ontleenden tot het doorvoeren van steeds verdere centralisatie, bestuur van bovenaf en de bijbehorende afbraak van directe democratie. Over specifieke maatregelen in dit kader kun je eindeloos en vaak vruchteloos twisten. Het is de onderliggende logica en argumentatie die afwijzing verdient.

Een enkele vraag dient bovendien gesteld te worden. Ja, er zijn overstromingen, en hulp is nodig. Heeft Venezuela geen rampenbestrijdingsdienst? Zo nee, is het dan niet tijd om die op poten te zetten en díé van voldoende middelen te voorzien? Zo ja, werkt die dan niet afdoende? Waarom niet? Kan daar niet eens wat aan gedaan worden? En kan dat niet het allerbeste door rechtstreekse inmenging in het bestuur door de direct betrokkenen zelf: doodgewone mensen, zélf potentiëel slachtoffer van dit soort rampen, en nu de buren, bekenden, familieleden van deze mensen? Waarom moet daarvoor een president meer macht krijgen? Wat voor rampenbestrijdingsdienst heeft Chavez nu helemaal? Het leger? Willen we dat echt zo geregeld zien? Ik vind extra presidentiële bevoegdheden in het kader van rampenbestrijding doodeng. Ik vind het ook nog eens volstrekt onnodig.

Een ander stuk wetgeving is echter aanzienlijk ernstiger nog. Het betreft hier een wet die reguleert wat wel en niet toelaatbaar is op het internet. Volgens Chavez gaat het erom dat internet-misdaad hiermee beter moet kunnen worden bestreden. De oppositie ziet er echter een aanval op de virjheid van meningsuiting in.  Alweer: die oppositie is hier hypocriet. Ze heeft zelf via het bezit van privé-mediabedrijven, een enorme greep op wat er gepubliceerd wordt. Dat staat op gespannen voet met werkelijke meningsvrijheid. En over de hang naar dictatuur van delen van die oppositie schreef ik hierboven al iets. Veel media-vrijheid was er niet in de anderhalve dag dat de staatsgreep van 2002 overleefde.

Maar, hoe hypocriet ook, oppositiemensen die de nu doorgevoerde internetwet een aantasting van de meningsvrijheid noemen hebben wél gelijk. Linkse mensen dienen deze inperkingen af te wijzen, daar consistent in te zijn zodat de vrijheid een eerlijke, échte bondgenoot krijgt in plaats van de huichelachtige rechtse anti-Chavez-stroming die van werkelijke vrijheid niets moet hebben, maar wel de vrijheid als leuze wenst te hanteren.

Wat is er zo slecht aan deze wetgeving? Wie berichten op internet verspreidt die “disrespect voor publieke gezagsdragers, haat opstoken of bevorderen, onruist onder de burgerij verwekken of de openbare orde in gevaar brengen” wordt strafbaar en kan een boete krijgen. Daarmee zou dan volgens Chavez de promotie via internet van prostitutie en drugsgebruik tegengegaan kunnen worden. Maar laten we eens kijken naar de mogelijke consequenties van wat er staat!

‘Disrespect’ – gebrek aan respect – ‘voor publieke gezagsdragers’, voor presidentenm, burgemeesters, politiechefs, congresleden, generaals, noem maar op. Dient dat strafbaar te zijn in een maatschappij die zich democratisch noemt?! Moeten mensen die Chavez op internet een autoritaire klootzak noemen een boete krijgen? En mensen de hun burgemeester van corruptie beschuldigen zonder dat ze misschien al voldoende bewijs hebben vergaard ook? En als Chavez nu eens een gouverneur die lid is van de oppositie voor reactionaire schurk uitmaakt, krijgt Chavez dan ook straf? Een werkelijk vrije maatschappij komt er bij de grátie van gebrék aan respect voor publieke gezagsdragers, als aanloop naar de afwezigheid van wat voor ‘gezagsdragers’ boven de bevolking dan ook.

Voor die andere dingen geldt hetzelfde. Haat aanwakkeren tegen mensen van verschillende huiskleur, sekse, seksuele orientatie – verwerpelijke zaken, al geloof ik niet in boetes als effectief antwoord erop. Maar  haar aanwakkeren tegen corrupte bestuurders, tegen dictators en dictators-in-de-dop, tegen inhalige ondernemers? Wat is daar mis mee? Is er een serieuze revolutionaire omvorming van de wereld denkbaar zonder deze vorm van ‘haat aanwakkeren’? En zonder het ‘verwekken van onrust onder de burgerij’ komt een revolutie ook niet erg ver. Dat al deze onrust, haat en al dit ‘disrespect’ knap  lastig is voor bestuurders, ook voor Chavez, is helemaal waar. Maar echte revoluties hóren het bestuurders – álle bestuurders – knap lastig te maken. Wie dat strafbaar stelt, remt revolutie af. Het Chavisme betoont zich, door dit type wetgeving door te voeren, dan ook op dit punt als contrarevolutionaire kracht.

Nu kun je zeggen dat het onder Chavez allemaal niet zo’n vaart zal lopen. De man wil geen dictatuur, hij wil hety beste voor het v9lk, en geniet nog altijd brede steun. Maar in de eerste plaats gaat niet om wat Chavez voor het volk wil. Het gaat om mensen van het volk zélf, om hun vrijheid van spreken, schrijven, ook op internet. In de tweede plaats: zelfs Chavez is sterfelijk zowel politiek als biologisch gezien. Straks zit er een andere president, misschien iemand van rechts, misschien wél iemand met dictatoriale ambities. Die heeft dan óók deze bevoegdheden. Die kan dan zijn critici – bijvoorbeeld aanhangers van Chavez – de mond snoeren met precies dit type van autoritaire bevoegdheden. Die bevoegdheden moeten bestreden worden, en op geen enkele manier verdedigd of rechtgepraat.

(opm. 23 december, 0.14: zinnetje bijgeschaafd)


Schrijfwerk elders

19 december, 2010

Stukken van mijn hand zijn ook hier en daar buiten dit weblog te vinden. Het is tijd voor wat pr voor eigen werk 😉 – en voor enkele interessante internetlocaties en clubs die dat werk nu en dan gastvrijheid verlenen.

Eén van de plekken waarvoor ik nu en dan schrijf, is de website van de linkse groep Doorbraak. Al eerder nam deze organisatie al wel eens een stuk van mijn weblog over, met mijn violle in- en toestemming. Sinds enige tijd schrijf ik nu dus ook stukken voor Doorbraak. Die plaats ik dan niet ook nog eens hier, maar ik wijs mijn vaste lezers er wel graag op. Er zijn intussen op deze manier twee stukken tot stand gekomen en geplaatst. Op 1 december verscheen “Inspirerende voorbeelden van sopciale strijd in de VS”, over stakingsactie bij hotels, over een sit-in bom een school aan een bilbl;iotj heek te helpen, en over protest tegen het scannen en foulleren van vliegtuigpassagiers. Op 16 december verscheen “Egypte:  verkiezingem, fundamentalisme en arbeidersverzet”. Waar dat over gaat, zegt de titel al. De redactie heeft de stukken mooi neergezet en van beeldmateriaal voorzien. De site – helemaal nieuw gemaakt afgelopen zomer, keurig van de mogelijkheid om commentaar te geven voorzien – is sowieso de moeite waard. En voor  Doorbraak kun je sinds kort ook op Facebook en Twitter terecht. Goede zaak.

Een andere plek waar je mijn naam als auteur ook een enkele keer tegenkomt is de nieuwe site van Socialistisch Initiatief Alternatief (1), de trotskistische groep die vroeger Offensief heette. Aan die groep voel ik me minder geestverwant dan aan Doorbraak, maar juist daarom is het eigenlijk ook wel weer aardig dat daar schrijfsels van me staan. Het  is een teken van een open houding naar mensen buiten eigen kring die ik waardeer. Zo trof ik op die site een artikel “Manifestatie TNT: verslag” aan, overgenomen van mijn weblog. Hetzelfde geldt voor “Schreeuwen om cultuur”, en toen ik vandaag  deze lihnks terugzocht, zag ik dat ook “Akkoord TNT: asociaal kerstpakket verdient afwijzing” er geplaatst is.

Ik vind het allemaal prima, hoe meer lezers hoe meer vreugd in dit soort zaken. Zolang er – zoals hier keurig gebeurd is – netjes naar schrijver en herkomst verwezen wordt, met link naar de bron, is het uitstekend. Aan achterliggende meningsverschillen tussen de anarchistische aanpak van arbeidersstrijd die ik bepleit, en de veel meer binnen vakbondspatronen denkende aanpak  van Socialistisch Alternatief, verandert dit niets. Voor een confrontatie van meningen ter linkerzijde is het wel weer goed.

Een derde publicatie waar schrijfwerk van me is te lezen, is het blad “Buiten De Orde” van de Vrije Bond, een anarchistische organisatie waar ik nauw mee sympathiseer. Het blad zelf staat niet online, dus ik kan niet naar artikelen daar doorlinken. Binnenkort zal ik het eerste stuk dat ik ervoor heb geschreven, zelf op dit weblog hier plaatsen. Maar tegen die tijd heb je natuurlijk allang een exemplaar van het blad aangeschaft : )

(1) gewijzigd, 23 december  00.11 uur, zie commentaar één en twee)