Indymedia moet zich schamen

29 juli, 2008

Vandaag verscheen op de website Indymedia een aankondiging van het verschijnen van het nieuwe nummer  van De Socialist, maandblad van de Internationale Socialisten. Binnen een halve dag was het bericht echter van de openingspagina verwijderd en naar de Open Posting-pagina (ook wel ‘ruispagina’ genoemd) verplaatst, waar het nog staat, vrijwel onvindbaar voor outsiders en dus eigenlijk subtiel weggecensureerd. Daar plegen berichten te belanden die naar de mening van de mensen achter Indymedia geen nioeuwswaarde hebben, vol staan van racisme en andere kwalijkheden, of anderszins niet aan de regels voldoen.

Dat die aankondiging van De Socialist daar belandt is absurd. Indymedia is een plek waar allerlei activistische groepen, doorgaans maar lang niet uitsluitend met anarchistische of autonome inslag, hun mededelingen doen. Onder die mededelingen vallen soms actie-aankondigingen en verslagen, maar soms ook publicaties. Tegenwerpingen in de sfeer van ‘geen reclame voor je clubblad’ gaan dan ook  niet op, de aankondiging heet wel degelijk informatieve waarde, gezien het overzicht van in  het blad behandelde onderwerpen . Ook de tegenwerping dat er geld gevraagd wordt voor De Socialist snijdt geen hout; dan zou ook aankondiging voor een benefiet-CD ten bate van antifascisten in Rusland niet door de beugel kunnen. Want waarom mag de ene radicaal-linkse groepering wel financiële steun vragen en de andere niet?

Misschien dat er nog één of ander formeel regeltje van Indymedia bestaan waarmee men de  verbanning van de aankondiging meent te mogen rechtvaardigen. Mij komt het echter over als een uiting van een befaamde, maar nogal treurige autonome/ anarchistische sport: trotskisten pesten. Juist een medium dat zich vlak onder het logo en de titel presenteert als “vrij communicatie orgaan” met een “open publicatie methode” zou zich echter van dit soort kleinzielige half-censuur verre moeten houden.

Het is des te treuriger omdat Indymedia zélf aangevallen wordt – door de staat: “Indymedia krijg boete voor wildplakken”, staat sinds 24 juli op de site te lezen. een kwalijke inperking van vrijheid, en Indimedia verdient het op dit punt verdedigd en gesteund te worden. Maar die steun zou wat enthousiaster loskomen als Indymedia zelf haar potentiële bondgenoten niet als vijanden zou bejegenen. Ja, solidair dus met Indymedia – maar met een Indymedia dat zich intussen wel dient te schamen.

O ja, natuurlijk staat de aankondiging van het augustusnummer ook op de website van de Internationale Socialisten zelf. Juist nu misschien een extra reden om daar eens rond te kijken en eens te overwegen zo’n krant aan te schaffen, of wellicht een abonnement te nemen. Al was het maar om de autoritaire ‘anti-autoritairen’ van Indymedia te jennen.

(met dank aan Jelle voor het inseinen en meedenken)

Advertenties

Iran nog steeds onder schot van VS en Israël

29 juli, 2008

De dreiging van een Amerikaanse aanvalsoorlog blijft te gemoederen bezighouden. En terecht: grootschalige bombardementen, hetzij door de VS, hetzij door Israël, heztij door deze twee staten samen, zouden een geweldsexplosie ontketenen waarvan de gevolgen nauwelijks zijn te overzien. Maar hoe groot en acuut is de dreiging? Neemt die toe, af of blijft die op een constant niveau voortsudderen? En, belangrijker: wat kunnen we doen om het oorlogsgevaar af te wenden?

Over de dreiging zelf lopen de meningen uiteen. Op 18 juli schreef ik er ook al over. Ik schatte toen in dat de Amerikaanse machthebbers overhelden naar de opvatting dat een aanval toch te riskant was, en dat daarom een diplomatieke oplossing gezocht werd, zonder dat overigens het Ameikaanse strategische doel – Iran als zelfstandige dwarsliggende macht bestrijden – werd verlaten. “Kennelijk zijn degenen die zeggen dat de VS uiteindelijk een aanval op Iran toch te riskant vinden, hard op weg om gelijk te krijgen. Kennelijk  is mijn sombere voorspelling van een naderende oorlog te somber – en gelukkig maar!” Maar ik voegde eraan toe: “het blijft echter oppassen”, vanwege de oorlogshouding in de Israëlische top, en het blijvende gestook van neoconservatieve fanatici als John Bolton in de VS zelf.

Niet iedereen is het eens met de analyse dat de oorlogsdreiging iets afneemt. Peyman Jafari schreef op 20 juli op de website van de Internatioane Socialisten een helder stuk over de zaak. Hij maakt duidelijk wat de bedoeling van de VS is, dat het Iraanse kernprogramma een voorwendsel is, maar dat de werkelijke reden elders ligt: “De VS beschouwen de politiek onafhankelijke koers van Iran als obstakel voor de controle over deze strategisch belangrijke regio.” Zo is het.

Minder sterk is echter de titel van het stuk: Oorlogsdreiging tegen Iran neemt toe”. Nergens uit het stuk zelf blijkt echter de toename van die – op zichzelf voortdurende – dreiging. En de beginnetjes aan diplomatie – nogmaals, met gewoon dezelfde strategische bedoelingem, zonder  principiële veranderingen in doelstellingen – worden mij iets te makkelijk terzijde geschoven: “Maar deze stap betekent niet dat de VS nu de diplomatieke weg zullen inslaan…”. Volgens mij probeertt de VS dat wel degelijk – al is het maar om, mocht daar niets uitkomen dat de VS bevredigt, des te makkelijker alsnog op oorlog aan te kunnen koersen.

Paul Rogers schetst op de website Open Democracy aanwijzingen dat er wel degelijk een koerswijziging richting meer diplomatie is ingezet vanuit de VS. Hij wijst op militaire kopstukken die waarschuwen voor de risico’s. Mike Mullen bijvoorbeeld, stafchef  in de VS: “Ik ben nu twee oorlogen aan het uivechten en ik heb geen behoefte aan een derde”, en ook: “dit is een zeer instabiel deel van de wereld en van mij hoeft het niet nog onstabieler te worden.” Ja, ook hij ziet het Iraanse kernprogramma met lede ogen aan, maar dat wil voor hem blijkbaar niet zeggen dat oorlog nu de handigste optie is.

Rogers schenkt overigens ook ruim aandacht aan de neoconservatieve vleugel die teleurgesteld is vanwege het zoeken naar diplomatie, en die ‘appeasement’ roept. En hij wijst op geluiden vanuit Israël, dat best eens  zelf een aanval zou kunnen lanceren, uiterlijk vóór het einde van de ambtstermijn van Bush. Dat, en niet zozeer de opstelling van de VS zelf, brengt hem er kennelijk toe om te concluderen: “Een conflict met Iran is weliswaar niet onvermijdelijk, maar het botte feit is dat het waarschijnlijker is de komende vier tot zeven maanden dan op elk moment in de afgelopen vijf jaar.” Hoe waarschijnlijk het echter is dat Israël toeslaat zonder Amerikaanse toestemming, is echter toch de vraag. En dan spelen alle factoren die tot de huidige Amerikaanse aarzeling leiden weer mee.

Belangrijker dan de vraag of de kans op oorlog toe- of afneemt is de vraag wat we er aan moeten doen. Zo heel erg lopen de houding van Peyman Jafari en ondergetekende gelukkig niet uiteen. Net zo min als Peyman Jafari met zijn betoog stelt dat de bommen bij wijze van spreken deze week kunnen vallen, zo betoog ik ook niet dat  we niet meer bang voor zo n aanval hoeven zijn. De IS pleit niet voor paniek, ik pleit niet voor lui en opgelucht achteroverleunen, beiden zien we dat de oorlogsdreiging reëel is en dat die dreiging een antwoord vereist.

En juist ook als de dreiging kleiner wordt blijft grote waakzaamheid geboden. We moeten er alles aan doen om de Amerikaanse machthebbers extra redenen te geven om er maar niet aan te beginnen. De VS en hun bondgenoten moeten nu al signalen krijgen dat een aanval op Iran niet alleen in en rond dat land zelf tot felle reacties  zullen leiden. Niet alleen een Iraanse afsluiting van de Straat van Hormoez – waardoor heel veel olie verscheept wordt -, niet alleen felle reacties door Sjiitische strijders tegen de VS in in Irak, niet alleen een fel antwoord vanuit Hezbollah tegen een Israëlische aanval op Iran – maar juist ook in de VS en hier in Nederland zelf is noodzakelijk.

Nú is het moment op hardop te zeggen: wij gaan bij de eerste Amerikaanse en/ of Israëlische bom of raket op iran luidruchtig de straat op. Geen Amerikaanse ambassade of consulaat mag op die dag zonder beleg van demonstranten zijn. Dat geluid moet nú verspreid worden, zodat de dreigende onrust in tal van bondgenoten van de VS nú al een factor is die Amerikaanse machthebbers mee wegen bij hun afweging tussen wel of geen aanval. De politieke prijs van een aanval op Iran zo hoog mogelijk opdrijven, dat moet het richtsnoer zijn voor vredesactivisten. Daarbij hoort ook: de Nederlandse regering nu al onder druk te zetten om iedere steun – militair, politiek, qua publiciteit en beleid – aan een oorlog tegen Iran stop te zetten.


Verkiezingsnederlaag New Labour: gaat Groot-Brittanië dezelfde kant op als Italië?

26 juli, 2008

‘New Labour’, de griezelige mutatie van wat ooit de Labourpartij was, krijgt dreun na dreun te verduren van kiezers die hetzij thuisblijven, hetzij op andere partijen stemmen – welke andere partij dan ook. Dit schept  een situatie die zowel hilarisch is als ook erg griezelig. Want: wie ziet nu níet graag dat de partij van Blair en Brown, de partij van oorlog en bezetting, van islamofobie en gestook tegen vluchtelingen, van loonstijging-beneden-inflatie voor gemeentepersoneel en snel stijgende topinkomens, in de steek gelaten wordt en afgestraft? Maar tevens: hoe kunnen we blij zijn met de ineenstorting van New Labour en haar regering, als rechts en uiterst rechts de enige alternatieven zijn die sterk genoeg zijn om het roer over te nemen?

Hoe diep de problemen van premier Brown en zijn regering inmiddels zijn, zien we in de verkiezingen deze week in een kiesdistrict in Glasgow Oost. Daar had Labour een solide meerderheid, maar die verdampte. De Schotse Nationale Partij won de zetel. als Labour op zúlke plekken zoveel steun verliest ,, dan is de regeringspartij nergens meer veilig voor de woede en afkeer van de kiezers. Dan zijn de dagen van de regering geteld. The Guardian citeert een ex-minister: “we zijn overal onverkiesbaar, en dat is onhoudbaar.” Het gonst van geluiden dat Labour-politici Brown willen vervangen om nòg erger te voorkomen. De BBC noemt ex-minister Blunkett als iemand die parlementsleden vermaant om achter Brown te blijven staan. Jack Straw, minister van justitie, laat een soortgelijk geluid horen. Maar een complete steunverklaring van hem aan Brown kan er bij hem nog niet vanaf. Hij wordt wel genoemd als mogelijke aanvoerder van een rebellie tegen het leiderschap van Brown, later in het jaar. Intussen roept de leider van de Conservatieven, David Cameron, om nieuwe verkiezingen.

Zulke verkiezingen – of ze nu snel komen of wat trager – zullen ertoe leiden dat New Labour wordt weggevaagd. Een landelijke herhaling van de verschuiving van 22,5 procent die de kiezers in Glasgow Oost teweegbrachten zou betekenen dat er nog slechts 20 Labour-leden in het Britse Lagerhuis overblijven. En zelfs als de verschuiving in veel delen van het land veel minder dramatisch zal zijn, dan nog is het niet waarschijnlijk dat Labour haar meerderheid en haar regeringsmacht behoudt.

Een wisseling aan de wacht in het leiderschap – Brown vervangen door Straw, bijvoorbeeld – zal de zaak niet redden, net zomin als het plaatsmaken van Blair ten gunste van Brown de partij van de huidige afgang behoedde. Alle topfiguren in de partij tekenen voor de hoofdlijnen van het regeringsbeleid. En juist die hoofdlijnen – ruim baan voor markt en bedrijven, een harde toon-plus-maatregelen tegen vluchtelingen en migranten, uitholling van burgerrechten in de zogeheten ‘strijd tegen terrorisme’, en op de achtergrond de voortwoedende bezettingen van Afghanistan en Irak – schieten grote aantallen mensen hardnekkig in het verkeerde keelgat. De economische recessie die groot-Brittannië begint te treffen, zet de verhoudingen nog eens extra op scherp.

De stakingen van vorige week – voor een fatsoenlijke loonstijging voor gemeentepersoneel – laten dat zien. In dit soort stakingen staan arbeiders en vakbonden – daartoe gedwongen om nog enige geloofwaardigheid voor arbeiders te hebben – aan de ene kant. De regering – afhankelijk van arbeidersstemmen en geld vanuit die vakbonden – staat aan de andere. Een regering die zich zo openlijk vijand van haar eigen achterban betoont is verloren, waarschijnlijk reddeloos verloren. Daar verandert geen leiderschapswisseling wezenlijk iets aan.

En een echte koerswijziging ten gunste van vakbonden en arbeiders, ten gunste van degenen die de oorlogen afwijzen en de troepen willen terugtrekken, ten gunste van migranten en vluchtelingen en al degenen die zich druk maken om hun bedreigde democratische rechten – zoiets is hoogst onwaarschijnlijk. De ruggengraat van New Labour, vooral de hele top, gelóóft in hun rechtse beleid en kan alleen maar verzinnen dat een terugkeer van de Conservatieven – die nu iets linkser praten dan Labour, maar dat is verkiezingstrucage –  nóg erger zou zijn.

Precies dat dreigt nu; een verkiezingszege en overname van de regering door rechts, door die Conservatieven. Het enige soort punten waarmee de regeing an Brown nog enigszins scoort draagt aan die kracht van rechts bij. Ik doel op de keiharde campagne tegen misdaad – een lijn die niet alleen erg autoritair is en de burgerrechten bedreigt, maar ook code is voor racisme. De ene keer richt zich dat tegen Polen, de andere keer tegen vluchtelingen en bij voortduring tegen moslims. Dit slaat helaas aan bij een deel van de bevolking dat haar levenspeil en bestaanszekerheid bedreigd ziet, geen stevig links alternatief tegenkomt en vatbaar is voor het aanwijzen van zondebokken en het via racisme afleiden van de aandacht.

Maar ook dit rechtse gestook redt de regering niet. Vergeleken met hard rechts zal Labour altijd overkomen als halfslachtig op rechtse thema’s. Hoe harder Brown’s mensen tekeer gaan tegen ‘criminele asielzoekers’, ‘onaangepaste migranten’ en ‘terroristische moslims’, hoe meer rechts en uiterst rechts de winst kunnen incasseren: het zijn immers hún stokpaardjes. Zo draagt de rechtse taal van New Labour bij aan de verdere afkalving van die partij – en aan de groei van niet alleen de conservatieven, maar hier en daar ook van de nazi’s van de British National Party.

De situatie begint hiermee naargeestige overeenkomst te vertonen met die in Italië. Daar was tot in dit voorjaar een regering van centrum-links, die echter een rechts beleid voerde – ongeveer zoals New Labour dat doet. Daar verloor die regering landelijke verkiezingen van rechts en uiterst rechts, ongeveer zoals Labour nu plaatselijke verkiezingen verliest. Daar regeert nu een keiharde regering vol, ik herhaal het nog maar eens, hele, halve en kwartfascisten. Ja, er zitten ook flink wat niet-fascisten in. Heel geruststellend allemaal…

Intussen heeft de rechtse meerderheid in Italië een wet doorgevoerd die verblijf-zonder-verblijfsvergunning strafbaar maakt, het vasthouden van migranten-zonder-verblijfspapier tot 18 maanden (dat was twee) mogelijk maakt. “Ook krijgen veroordeelde buitenlanders straffen opgelegd die een derde waarder zijn dan die voor Italianen”, schreef de NRC er op 23 juli over. Het betreft openlijk discriminerende wetgeving, en het zou de alarmbellen onder antiracistisch links in heel Europe moeten doen afgaan.

De ontwikkelingen in Groot-Brittannië gaan díé kant op. Te vrezen valt – met een regering waaraan de PvdA deelneemt,en een arrogante rechtse oppositie – dat Nederland iets soortgelijks te wachten staat. Misschien toch reden voor links om de huidige zomerslaap niet te laten overgaan  in een coma of erger.

Opm.: een goed stuk over de verkiezingsnederlaag van New Labour, en wat links nu zou moeten doen, is te lezen op Lenin’s Tomb. Ik heb er voor het bovenstaande veel aan gehad. Niet héél links slaapt, gelukkig.


Egypte tussen onderdrukking en opstandigheid

25 juli, 2008

Het Egyptische bewind van president Mubarak gaat door met het onderdrukken van kritische geluiden. Het regime heeft dan ook reden voor nervositeit, want hety blijft gonzen van allerlei soorten van protest. Dat de onderdrukking van regeringswege het verzet blijvend zal smoren is – gelukkig – niet waarschijnlijk.

De NRC noemt vandaag drie gevallen van onderdrukking van kritiek. Een Iraans TV-station moest dicht van de Egyptische autoriteiten. Reden was de uitzending van een film over de vorige Egyptische president, Anwar Sadat, die in 1981 wed vermoord. “De film, getiteld, ‘Moord op een farao’, veroorzaakte eerder ophef in Egypte omdat  Sadat wordt neergezet als een verrader die vrede sloot met Israël en omdat de moordenaar van Sadat positief wordt belicht.”

Ook een kritisch boek wordt door de autoriteiten verboden. Het gaat om “Inside Egypt: land of the Pharaohs on the brink of revolution”, geschreven door John Bradley. “Het boek typeert het bewind van  Mubarak als een ‘meedoogenloze militaire dictatuur'”. Het repressieve gedrag van het bewind geeft de auteur al gelijk daarin.

Gisteren en vandaag zijn bovendien 26 activisten die zich via internet gebundeld hadden opgepakt. Het gaat om mensen die via Facebook contact hielden, actief waren rond de protesten tegen hoge voedselprijzen op 6 april van dit jaar, en nu “in Alexandrié nationalistische liederen zongen en T-shirts droegen met de naam van de actiegroep ‘6 april’ “, de dag van die eerdere protesten dus. Dat was kennelijk reden voor arrestatie.

Een bewind dat bang is voor wat internetactivisten, een schrijver en een film, is geen supersterk bewind. En inderdaad blijven er allerlei berichten verschijnen over daden van protest en verzet tegen het regime. De beste plek op internet om dat te volgen is het weblog van Hossam el-Hamalawy, socialist in Egypte. Hij houdt onder meer dagelijks bij waar arbeiders protesteren voor hoger loon, waar de autoriteiten activisten van de oppositie oppakken, wat vor protesten daartegen plaats vinden, op basis van zewel Engers- als vooral Arabisch-talige bronnen. Zo plaatste hij gisteren een bericht over protest van niet-onderwijsgevend personeel op het ministerie van onderwijs. Die eisten vijftig procent loonsverhoging. Hard nodig vanwege de duurte maar de autoriteiten weigeren.

Het is maar een betrekkelijk kleine gebeurtenis. Maar Egypte is al sinds eind 2006 een land waar arbeiders op grote schaal staken en protesteren. De gestegen voedselprijzen en de inflatie in het algemeen, waar Aljazeera op 22 juni 1008 een mooi stuk over plaatste,  geven het protest een scherpte die Tony Karon deed opmerken dat het land wel eens kandidaat kan zijn voor een revolutie in klassieke Marxistische stijl.


Zuid-Afrika: staken tegen hoge prijzen

24 juli, 2008

Arbeiders in Zuid-Afrika hielden gisteren een grote staking. Mijnen, textielbedrijven en vooral ook autofabrieken – van Ford, Volkswagen en Daimler – lagen stil. De staking, uitgeroepen door de vakbondsfederatie COSATU, vond plaats in vier van de negen provincies die Zuid-Afrika telt.

Directe aanleiding was de aangekondigde prijsverhoging van 27,5 procent van de energietarieven in 2009. Het energiebedrijf Eskom zegt dat die nodig is om investeringen te doen zodat stroomstoringen zoals die eerder dit jaar plaats vonden, kunnen worden voorkomen. Maar het is asociaal om gebrekkig investeringsbeleid dat eerder tot storingen leidde nu nu af te wentelen op arbeiders via prijsverhoging.

Maar over de hele linie stijgen de kosten van levensonderhoud sneller dan de inkomens, en de staking is een protest daartegen. “Weg met de hoge voedselprijzen” en “Omlaag met de hoge brandstofprijzen” (Aljazeera, 24 juli 2008). Een artikel in The Sowetan rekent voor: “Workers all poorer this year” (‘arbeiders allemaal armer dit jaar’). Voedselprijzen: 16.7 procent omhoog tussen mei 2007 en mei 2008. Brandstofprijzen: 35,6 procent omhoog.  inkomens: slechts 12 procent omhoog. Aldus een rapport dat “kijkend naar de ontwikkelingen van inkomens en prijzen, laat zien dat degenen die aan de staking van gisteren deelnamen, alle reden hadden om dit te doen.”

De staking van gisteren is deel van een langere stakingscampagne. De COSATU heeft al aangekondigd dat er een algemene staking van een dag komt op 6 augustus als de vakbondseisen niet worden ingewilligd.

Opm.: drie van de vier hyperlinks gevonden via het voor dit soort onderwerpen onmisbare Labourstart.org.


Arrestatie Karadzic: veel vreugde niet terecht

23 juli, 2008

De arrestatie op 21 juli van Karadic heeft in brede kring tot grote vreugde geleid. Die vreugde is in grote lijnen niet terecht. Het oppakken van de man – verantwoordelijk gehouden voor het bloedbad rond Srebrenica, het bloedige beleg van Sarajevo en andere misdaden tijdens de Bosnische burgeroolog – lijkt weliswaar een stap vooruit voor de gerechtigheid. In werkelijkheid is het een stap vooruit in de poging van Westerse staten, verenigd in de Europese Unie om ook Servië in het neoliberale gareel te krijgen.

Natuurlijk: om de arrestatie van de man zelf treurt geen mens met enig gevoel. Hoe het juridisch precies in elkaar it, moet nog blijken, maar dát de man –  van 1992 tot 1996 president van de Republiek Servië, nhet deel van Bosnië dat de onafhankelijkheid in 1992 niet accepteerde en met grote wreedheid daartegen vocht – politiek verantwoordelijk was voor geweld dat door dat Servische staatje bedreven werd, lijdt geen twijfel. Dat nabestaanden van slachtoffers in Srebrenica zeer verheugd zijn nu deze slager is opgepakt, is niet meer dan logisch. Maar dat maakt de aanhouding nog niet tot een stap vooruit voor de gerechtigheid.

Op korte termijn is Karadic slachtoffer geworden van een combinatie van politieke veranderingen in Servië zelf en druk vanuit de Europese Unie. In Servië zit sedert een paar weken een nieuwe regering. Die wordt aangevoerd door Mirko Cvetkovic. In die regering werken de partij van de pro-Westerse president Tadic samen met de Socialistische Partij. Die laatste was de partij van Milosevic, sterke man in Servië vanaf 1987 tot hij op 5 oktober 200 door een volksopstand zijn presidentiële paleis werd uitgejaagd. Later werd hij opgepakt, uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal en in Den Haag voor de rechter gesleept. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor veel van het geweld van Servische kant in de Bosnische burgeroorlog, als kwade genius ook bij de misdaden waarvoor Karadzic nu is aangehouden. Milosevic overleed tijdens het proces. En nu zit zijn partij in de regering met een partij die de pro-Westerse koers waar hij, en daarna Karadzic, het slachtoffer van werden.

De leider van die Socialistische Partij,  Ivica Dadic, werd minister van binnenlandse zaken en daarmee de baas over de politie. Het lijkt dan ook geen toeval dat niet die politie, maar de veiligheidsdienst, Karadzic heeft opgepakt. Die dienst wordt sinds kort geleid door een zekere Sasha Vukadinovic, vertrouwensman van president Tasic. De NRC ziet de arrestatie als vooral een project van Tadic, die ermee vooral zijn coalitiepartners van de Socialistische Partij omzeilt: Dadic zegt zelf dat hij niets wist van de aanhouding. Of dat de waarheid is valt moeilijk te zeggen. Het is best denkbaar dat juist ook die Socialistische Partij meewerkte aan de arrestatie van Karadzic, om haar plooibaarheid en goede wil te bewijzen.

De krant noemt de arrestatie “een  enorme pr-stunt voor de Servische president die de deur naar de Europese Unie op zijn minst op een kier zal zetten.” En daarmee zijn we toe aan de tweede factor in deze gebeurtenissen: aanhoudende Westerse druk. De EU overweegt Servië als lid toe te laten. Daarmee zou er een nieuwe stap gezet zijn naar het overwicht van een politiek-economische orde die Westerse ondernemingen vrij spel geeft op de Balkan. Maar, om het democratische imago van die EU hoog te houden, stelt de EU wel eisen. Eén daarvan is dat Servië meewerkt aan het uitleveren van mensen die door het Joegoslavië-tribunaal van oorlogsmisdaden zijn beschuldigd. Eén van hen was de nu gearresteerde Karadzic. Zijn aanhouding, en vooral de aankondiging dat Servië de man ook uit gaat leveren aan het Tribunaal, is een stapje in de richting van de EU, en zonder twijfel ook vooral zo bedoeld.

En de integratie van Servië in de EU is om meer dan één reden geen stap in de richting van rechtvaardigheid. Een sterkere EU is een sterkere wereldmacht die kan overheersen, kan dwingen, zijn grenzen kan afsluiten voor vluchtelingen, een oorlogsapparaat kan opbouwen. En de economische eisen die het aan leden stelt betekenen: vrij baan voor de grote bedrijven. Servië als deel van de orde waar de EU naar streeft betekent: Servië als wingewest voor Westerse ondernemingen en degenen die in het land met die orde willen samenwerken.

Voor Servische arbeiders en andere arme mensen bepaald geen vrolijk vooruitzicht. En als zij protesteren tegen ontslag of laag loon – vaste prik bij dit type van economie – zullen ze merken dat de Servische staat, ook zonder Milosevic aan het hoofd, nog altijd weet hoe hardhandig op te treden. En of er dan en Joegoslavië-tribunaal klaarstaat om daarvan schande te spreken, waag ik te betwijfelen.

Geschreven op basis van onder meer Renée Postma, “Arrestatie Karadzic is breuk met het Servische verleden” (NRC 22 juli 2008); Eric Gordy: “Radovan Karadzic: the politics of an arrest”, (OpenDemocracy, 22 juli 2008); “Chronologie Karadzic” (NRC, 22 juli 2008)


Betogen tegen FARC: oorlogsdemonstraties

21 juli, 2008

Vandaag weer eens een bericht in de categorie ‘het moet niet gekker worden’:  “Wereldwiijd betogingen tegen FARC”, schrijft de Volkskrant. Het gaat om demonstraties waarin mensen in 80 steden van de Columbiaanse guerrillabeweging FARC eisen dat die hun resterende gijzelaars – naar schatting nog zo’n 700 mensen – vrijlaten.

Je zou uit de berichtgeving over deze acties makkelijk de indruk kunnen krijgen dat de FARC de hoofdschuldige is aan het geweld in Colombia. De correspondent van Aljazeera zegt zelfs: “In heel Colombia wordt verwacht dat miljoenen mensen bijeenkomen omop te roepen voor vrede op deze Onafhankelijkheidsdag” ( dat is 20 juli in Colombia blijkbaar). Zo wordt een behendig drukmiddel om de guerrilla verder in de verdediging te duwen omgetoverd tot een soort vredesmanifestaties.

Hoe absurd deze beeldvorming is valt op te maken uit de aanwezigheid van een opvallende persoon op één van deze ‘vredesdemonstraties’: Uribe, de president van Colombia. Deze man is verantwoordelijk voor een aanval van Colombiaanse militairen in maart in het buurland Ecuador. Doelwit: FARC-leiders, waaronder de man die onderhandelingen over vrijlating van gijzelaars voerde. Daarmee werd de kans op vrijlating via onderhandeling zo ’n beetje opgeblazen.  Uribe laat zich grootschalig militair steunen door de VS, om de FARC te verslaan. Uribe leunt mede op steun van politici die banden hebben met pararamilitaire groeperingen die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het geweld in Colombia. Wie ‘Uribe’ zegt, die zegt: corruptie, repressie, oorlog.

Demonstreren tegen de FARC, zonder de veel grotere gewelddadigheid van de Colombiaanse staat en haar president zelfs maar te noemen – zulke demonstraties zijn geen vredesdemonstraties. De aanwezigheid van Uribe op zo’n betoging is eerder extra reden om hier van oorlogsdemonstraties te spreken. Ze dragen bij aan het verder onder druk zetten van de FARC, en zijn daarmee een steun aan de Colombiaanse regering, haar paramilitaire bondgenoten en haar sponsors in Washington, de hoofdverantwoordelijken voor het voortdurende geweld