Israëlische oorlogsmisdaden “in proportie”?

31 juli, 2009

Het ministerie van buitenlandse zaken van Israël verdedigt de slachting die het Israëlische leger rond de afgelopen jaarwisseling onder Palestijnen op de Gazastrook aanrichtte. Ja, het erkent fouten van Israëlische soldaten: “In dertien gevallen zijn strafrechtelijke onderzoeken geopend wegens mogelijk wangedrag”, en naar aanleiding van rond de 100 klachten wordt onderzoek gedaan. Maar de operatie kon, aldus het ministerie, door de beugel.

Het ministerie noemt het Israelische geweld “in proportie”. Dat Israëlische geweld kostte volgens de VN 1300 Palestijnse mensenlevens (volgens Israël iets minder, volgens Palestijnse bronnen nog iets meer). Het merendeel was burgers. Aan Israëlische kant vielen 13 doden, merendeels soldaten. Wie hier spreekt van geweld dat “proportioneel” was, zegt feitelijk dat één Israelisch mensenleven evenveel waard is als honderd Palestijnse mensenlevens, dat Israëlis dus honderd keer meer mens zijn. Het racisme hier is evident – of zou dat moeten zijn.

Israël erkent inmiddels dat haar militairen witte fosfor hebben ingezet, maar zegt dat dit geen verboden middel is. Maar volgens een ooggetuige in een rapport van Breaking the Silence, een groep die stemmen van zelfkritische Israëlische soldaten  naar buiten brengt, is het spul niet alleen ingezet om een rookgordijn de maken – dat schijnt te mogen – , maar om een huis op te blazen. Een militair “zegt dat fosformunitie is gebruikt om een huis tot ontploffing te brengen waar  volgens de inlichtingendienst explosieven en boobytraps waren aangebracht. Eerst ‘werd een granaat geschoten, maar dat bracht weinig teweeg’, zegt hij. ‘Toen heeft de artillerie besloten het huis onder vuur te nemen en zij gebruikte daar fosfor voor.'” Dat betekent inzet van fosfor in dichtbevolkt gebied, en dat mag nadrukkelijk níét volgens een sinds 1980 geldige VN-overeenkomst. Witte fosfor is een chemisch wapen dat vreselijke brandwonden oplevert.

Wat de soldaat hierboven beschreef was een oorlogsmisdaad. En niet de enige. Amnesty Internetional bracht ongeveer een maand geleden een rapport uit, met volgens de Volkskrant de volgende strekking: “Israël heeft oorlogsmisdaden begaan, roekeloze aanvallen uitgevoerd en buitensporig geweld gebruikt tijdens de 22 dagen durende aanval op de Gazastrook in december en januari”.  Van de 1300 Palestijnse doden waren er 900 burgers, en Amnesty zegt “dat het omkomen van honderden burgerslachtoffers niet simpelweg kan worden afgedaan als fouten of bijkomende schade, zoals Israël stelt.”

Het rapport laat zien hoe misdadig het optreden van Israël was – en het plaatst de staat Israël waar die thuishoort: in de verdachtenbank, samen met andere schrikbewinden op deze planeet. Het zalvende rapport van het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken van israël zal daaraan niet wezenlijks veranderen.


Afghanistan: permanent falende bezetting

29 juli, 2009

De Westerse bezettingsoorlog in Afghanistan blijft vrijwel onverstoorbaar op een nederlaag aankoersen. Dat inzicht is gelukkig ook sterk in de landen vanwaaruit de interventie in Afghanistan wordt doorgezet.

Eén van die landen is Groot-Brittannië. Een onderzoek laat zien dat mensen daar in meerderheid de oorlog als een kansloze onderneming zijn gaan beschouwen. Het aantal mensen dat zegt dat de oorlog niet is te winnen,  bedraagt 58 procent van de ondervraagden. Het aantal mensen dat daaraan de conclusie verbindt dat de troepen naar huis gehaald moeten worden, bedraagt 53 procent. Een krappe meerderheid, maar wel een meerderheid, ziet de Britse deelname aan de Afghanistan-oorlog dus niet meer zitten.

Dat de Westerse oorlogvoering niet bepaald op een overwinning afstevent heb ik eerder op dit blog al aangegeven. De aanwijzingen in die richting blijven zich opstapelen. De New York Times kwam op 25 juli met een reportage waarin Amerikaanse militairen aan het woord kwamen die eerder in Irak hadden gevochten, in de provindie Anbar waar de guerrilla tegen de bezetting in 2006 en 2007 zeer intens was. Sergeant Jacob Tambungu “zegt dat hij nooit een vijand ontmoet had die zo hardnekkig als wat hij zag direct na zijn aankomst in deze voorpost in de provinie Helmand in Afghanistan. In zijn eerste drie dagen hier vocht hij zich door drie  hinderlagen heen; elk daarvan duurde net zo lang als het langst durende gevecht dat  hij in Anbar had gezien.”

In die Iraakse privincie kreeg de VS pas enige greep op de situatie toen een groot deel van de guerrilla daar samen ging werken met de VS tegen Al Qaeda in Irak. Preciezer gezegd: de VS besteedde die strijd zo ’n beetje uit aan haar voormalige tegenstanders.Verslágen werd de guerrilla niet; alleen via een gedeltelijke inkapseling en subsidie van flinke delen van de verzetsbeweging wist de VS haar positie te stabiliseren.

Een soortgelijke poging wordt ook in Afghanistan overwogen: de Britse minister van buitenlandse zaken Miliband kwam een paar dagen terug met een verklaring dat “militaire macht niet voldoende was om de Taliban te verslaan”. Het kwam neer op het, ook door de Amerikaanse president omhelsde idee “dat succes in Afghanistan afhing van politieke strategieën die erop gericht waren de Taliban te verzwakken, waaronder het verleiden van opstandelingen tot afhaken of overlopen.” Hoe kansrijk is, mag worden betwijfeld. Maar het idee zelf geeft aan de at VS en Groot-Brittannië ook wel aanvoelen dat een verenigde Taliban nauwelijks te verslaan is, en dat slechts verdeeldheid bij de tegenstander kans op succes biedt.

De Taliban geeft er intussen blijk van ze de noodzaak zien om steun onder de bevolking niet nodeloos te riskeren met misplaatst geweld. Enkele dagen terug lekte er een soort handboek van de Taliban uit waarin geschetst werd hie de strijd wel en niet gevoerd diende te worden.Met zelfmoordaanslagen moest bijvoorbeeld zeer terughoudend worden omgesprongen: “Een dappere zoon van de Islam moet niet worden gebruikt voor lagere en nutteloze doelwitten. Er moet een uiterste poging gedaan worden om burgerslachtoffers te voorkomen.” Gevangenen dienen behoorlijk behandeld te worden, de bevolking met respect bejegend. Tegelijk moeten losse eenheden onder het centrale gezag van de Taliban-leiding worden gebracht, of anders ontbonden.

We zien hier de klassieke houding van een guerrillabeweging die haar structuren wil verstevigen, haar steun onder de bevolking niet wil verliezen, en zo haar politieke positie wil versterken tegenover de gehate bezettingmacht. We zien hier de opkomst van een geduchte tegenstander van de Westerse bezetting, een tegenstander die een zo stevige positie aan het opbouwen is, dat ze inderdaad nauwelijks is te verslaan.

Afghaanse machthebbers – feitelijk overeind gehouden door het Westen,  en daaraan ondergeschikt – beginnen dat steeds duidelijker te zien. Zo heeft het plaatselijke bestuur in een district in het noorden van het land een wapenstilstand met een plaatselijke Taliban-groep afgeloten zodat verkiezingen en hulpprojecten konden plaatsvinden. Hier zien we wellicht iets van de Anbar-strategie in de praktijk: stukjes Taliban losweken en het op een akkoordje gooien.

Met een vrijwel verslagen Taliban zou zoiets niet nodig geweest zijn, dit soort deals zijn een erkenning van de krácht van de  Taliban, een erkenning die de Taliban bovendien extra legitimiteit kan verschaffen. Ook zo’n akkoord kunnen we daarom wellicht zien als de zoveelste nagel in de doodskist van een permanent falende bezetting.

De oorlog om die bezetting tegen beter weten in overeind te houden gaat intussen door, met ook slachtoffers  aan de kant van het medeplichtige Nederland. Vandaag vielen in de Afghaanse provindie Uruzgan twee lichtgewonden onder de Nederlandse bezettingstroepen. Wie wil dat dit niet meer gebeurt, doet er goed aan het standpunt van de genoemde 52 procent van ondervraagden in Groot-Brittannië over te nemen. Alle Westerse bezettingstroepen dienen uit Afghanistan te worden teruggetrokken, en wel per direct.


Rijke gevangenen willen comfort

28 juli, 2009

Gevangenissen zijn akelige plaatsen, ongeschikt voor menselijke bewoning. Te weinig ruimte, vaak beroerde omstandigheden – van slecht eten tot beroerde hygiëne en gebrekkige ventilatie – , verregaand gebrek aan privacy, kans op slechte behandeling door bewakers, op agressie en intimidatie van medegevangenen, en – het allerergste – geen bewegingsvrijheid, opgesloten zitten, overgeleverd aan de vrijwel totale macht van de instelling, en de staat wiens dwang de gevangenis tot uitdrukking brengt. Níémand wordt hier beter van, behalve de staat zelf en haar rijke sponsors.

Maar bijna niemand stelt bij die wantoestand die ‘gevangenis’ heet nog een kritische vraag. Het is kennelijk normaal om mensen in groten getale in naargeestige hokken op te sluiten – behalve als het om rijke mensen gaat. Dán is er opeens gedetailleerde aandacht voor de hel die ‘gevangenis’ heet. En – nog gekker – dan blijken aanstaande gevangenen nog inbreng te hebben in welke gevangenis zij gaan bewonen.

Twee voorbeelden. Onlangs werd megafraudeur/zakenman (oh, sorry, zijn dat geen synoniemen?) Bernard Madoff tot een zeer lange gevangenisstraf veroordeeld. Hij had veel mensen enorme sommen geld afhandig gemaakt met een beleggingsfraude op grote schaal. Hij kreeg daarvoor een gevangenisstraf van 150 jaar.

Waar ging hij die uitzitten? In – zo lijkt het – een gevangenis van zijn kéúze. Hij nam een zekere Herb Hoelter in dienst, die tegen een ongetwijfeld vorstelijk honorarium adviseert welke gevangenis Madoff het beste zou bevallen. Ongeveer zoals je via een reisagent een goed hotel vindt voor je vakantie. Want  hij “zou door de zwaarte van de opgelegde straf tussen moordenaars, verkrachters en zelfs terroristen kunnen komen te zitten, in plaats van tussen andere wittenboordencriminelen”

Dat mogen ze de keurige mijnheer Madoff niet aandoen, is het niet? Kennelijk is het voor criminelen zonder wit boord níét erg om tussen “moordenaars, verkrachters en zelfs terroristen” te hoeven zitten. En hoeveel arme mensen hebben deze optie om hun plaats van opsluiting te mogen kiezen? Hoeveel zwarte gevangenen in de VS hebben trouwens het geld om een Hoelter te betalen?

Het kan nog mooier. Allen Stanford – verdacht van het achterover drukken van 7 miljard euro en dus kennelijk geen kleine jongen in fraudeursland – heeft overplaatsing aangevraagd uit zijn huidige cel. Die staat in een gevangenis in Conroe, Texas. En daar valt het bepaald niet mee: “Hij zou het een groot deel van de week zonder elektriciteit en dus zonder airconditioning moeten stellen. Overdag is het in de zomer gemiddeld 37 graden in Conroe. Met de luchtvochtigheid meegerekend  kan het aanvoelen als 40 graden.” Geen aangename plek, ik geloof het meteen. Het lijkt atmosferisch gezien wel een beetje op mijn woning trouwens, en ik woon daar nu al ruim zes jaar en ben nog springlevend. Maar leuk is soms inderdaad anders…

Maar waarom dit ondraaglijke leed slechts tot ophef en bezwaar leidt als het slachtoffer ervan een steenrijke van oplichting verdachte zakenman is, vermeldt de berichtgeving weer eens niet. Een aardig detail dat wél wordt vermeld:  de gevangenis is in privé-handen, en en in handen van een winstgevend bedrijf. Leve de ondernemersvrijheid!

Toch kunnen we met  de ophef blij zijn, en als het Stanford lukt om overgeplaatst te worden naar een cel waar de airco het doet en de temperatuur niet boven de 24 graden komt, opent dat mogelijkheden. Dan valt het te hopen dat élke gevangene met succes overplaatsing naar een cel aanvraagt die, tenminste atmosferisch gezien, enigszins leefbaar is. Want het zal toch niet zo zijn dat leefbaarheid in de cel een voorrecht is dat alleen voor ríjke gevangenen een recht is?


Zuid-Afrika: verzet en de rol van links

27 juli, 2009

In Zuid-Afrika won  ANC-leider Jacob Zuma afgelopen voorjaar de presidentsverkiezingen. Hij deed dat onder meer door in woorden op te komen voor de ae rme meerderheid van de bevolking. Hij beloofde banen  en een beleid waar de armen beter van zouden worden. Nu blijkt – suprise surprise! – dat groepen uit die meerderheid in actie komen omdat het niet bepaald opschiet met verbeteringen.

Vorige week bijvoorbeeld waren er felle straatprotesten. Mensen “eisen betere dagelijkse voorzieningen van de recentelijk aangetreden regering van president Jacob Zuma. De ANC-leider maakte armoedebestrijding tot centraal ampagnethema voor zijn verkiezing in april”, aldus de NRC. Politie vocht met demonstranten en vuurde rubber kpogels en traangas af “op duizenden demonstranten” in onder meer Johannesburg. De protesten hielde vier dagen aan, 100 mensen werden opgepakt.

De rust was maar net weergekeerd of er begon een nieuwe confrontatie. Deze keer zijn het gemeentearbeiders die een loonsverhoging van 15 procent eisen en in staking zijn gegaan. Ook oefenen ze met de staking druk uit op de regering om zijn verkiezingsbeloften na te komen. Zuma heeft 500.000 extra banen beloofd. Maar – met een diepe recessie die ook Zuid-Afrika treft – komt er erg weinig van terecht.

Het oplevend protest van arbeiders en andere, veelal zwarte, armen biedt veel meer hoop dan de verkiezing van Zuma, een man die weliswaar in woorden voor de armen opkomt, maar deel uitmaakt van hetzelfde establishment dat de vrije markt en de grote bedrijven hun gang laten gaan. Het ANC heeft, terwijl het na de val van de apartheid rond 1990 verkiezing na verkiezing won, stelselmatig voor een pro-kapitalistische politiek gekozen, basisvoorzieningen aan marktwerking overgelaten en plaatselijke besturen weinig geld gegeven zodat die via te hoge tarieven voor de gebruikers de kosten moesten dekken. Het ANC, dat met steun van de zwarte arbeidersklasse en hun vakbonden de witte elite dwong om van de legale aprtheid afstand te doen, laat diezelfde arbeidersklasse feitelijk in de steek. Logisch dat vanuit die arbeiders de weerstand keer op keer oplaait.

Voor succesvol verzet zijn er echter moeilijke obstakels te overwinnen, zoals een leerzaam maar in vrij moeilijk Engels geschreven artikel van Dale T. McKinley uiteenzet (gevonden via Marxsite). Het probleem ligt niet bij de strijdbaarheid van arbeiders. Het probleem ligt bij een linkse beweging die die strijd vooruit zou moeten helpen en van een goed perspectief moet helpen voorziet, maar dat niet of onvoldoende doet.

Dat zit ongeveer zo. De hoofdstroom van links in Zuid-Afrika bestaat uit de SACP, de Communistische Partij van Zuid-Afrika, en uit mensen binnen COSATU, de vakbondsfederatie van het land. De SACP heeft sinds jaar en dag de politiek van samenwerking met het ANC in een strijd die de vestiging van een niet-raciale democratie (afschaffing van de apartheid) tot inzet had. In samenwerking met ondernemers moet vervolgens een sterke economie worden opgebouwd waarbinnen dat wat sociale hervormingen losgepeuterd kunnen worden. Maar van een frontale strijd tegen het kapitaal is in die keus geen sprake. COSATU gaat hier feitelijk in mee.

Er is in feite sprake van een gigantisch  poldermodel, een overlegmodel waarin ANC domineert, SACP en COSATU meedoen, en de economie ingericht blijft ten voordele van vooral de grote ondernemers.Voor antikapitalisme is hier geen plaats. Protesten worden standaard beantwoord met repressie (vandaar die rubberkogels en dat traangas), soms gecombineerd met bescheiden concessies. Aan dít soort ingekapselde links heeft de arbeidersklasse en de arme bevolking in het algemeen weinig. Het aantreden via verkiezingen van een iets linkser pratende Jacob Zuma verandert hier niet veel aan.

Er is een ander links, dat wél actief is in allerlei protesten. Maar Dale McKinley laat zien dat dit type van links veelal blijft steken in plaatselijke acties, zonder een breder perspectief – en hoe dit type links ook kwetsbaar is voor allerlei vormen vab inkapseling door de staat en haar ANC-leiding.

Het ontwikkelen van een politieke strategie die niet alleen allerlei protesten steunt en bevorderd, maar daarbinnen ook een alternatief naar voren brengt is nodig. Maar dat valt niet mee, tegenover politieke krachten die links al vele jaren domineren en hun status ontlenen aan hun jarenlange inzet tegen het apartheidsbewind, en die deze status ook meedogenloos gebruiken tegen linkse critici die als “contrarevolutionair” worden afgedaan. Maar moelijk of niet, het is keiharde noodaak, wil er recht gedaan worden aan de strijdlust die groepen arme mensen in Zuid-Afrika steeds weer aan de dag spreiden.


Racistische Kamervragen PVV vereisen tegenzet van links

26 juli, 2009

De Gardisten van Geert, ook wel bekend als de PVV, hebben een nieuw misselijk plan gelanceerd in hun grote kruistocht tegen alles wat multicutureel en kleurrijk is. “De Partij voor de Vrijheid (PVV) wil exact weten hoveel geld allochtinen de Nederlandse staat opbrengen en hoeveel ze kosten.” Daartoe heeft PVV-kamerlid Sietze Fritsma een hele stapel kamervragen gestuurd aan ministeries. In het Volkskrant-artikel waaruit ik citeer valt nog te lezen dat het hierbij om “niet-Westerse allochtonen” gaat. En wat de PVV betreft hoeft alleen maar bewezen te worden wat de PVV toch al vindt: allochtonen kosten geld. “‘Omdat migranten vaker werkloos zijn of minder verdienen, scoren ze onevenredig slecht aande inkomstenkant van de belastingdienst’, voorspelt Fritsma alvast in zijn vragen.”

De hele zaak verdween binnen twee dagen uit de publiciteit, en dat is kwalijk. Het betreft hier immers een openlijke poging om een hele bevolkingsgroep tot “kostenpost” te bestempelen, zoals de NRC dat omschrijft. Opvallend is bovendien dat hier nu eens géén verwijzing naar de Islam wordt aangevoerd, maar enkel naar herkomst. Mensen die uit niet-Westerse landen hier zijn komen wonen, plus hun nakomelingen – allemaal zijn ze doelwit van deze aanval. De PVV valt hier openlijk door de mand als racistisch.

Want dat is het: een aanval op migranten, en een hele sluwe. De PVV wint hierbij altijd, tenzij antiracisten met een werkelijk briljante tegenzet komen. En nee, het  proces dat is aangespannen tegen Wilders is géén briljante tegenzet maar een zeer problematische keuze, zoals gelukkig onlangs de linkse organisatie Doorbraak op haar website ook uitlegde. Maar ik dwaal een beetje af.

Stel dat de departementen de vragen serieus gaan beantwoorden en met een berekening komen. En stel dat uit die berekening blijkt dat, vanwege hoge werkloosheid, hoger beroep op sociale zekerheid en inkomenstoeslagen, lagere inkomens en andere factoren, migranten boekhoudkundig inderdaad een kostenpost zijn, zoals de PVV beweert. Dan heeft de PVV gescóórd en claimt een nieuwe overwinning in haar  racistische campagne.

Maar stel dat de uitkomst anders is: migranten doen veelal zwaar werk dat anders niet, of duurder (wegens arbeidstekort en de noodzaak om mensen met hoger loon te trekken) gedaan zou worden. Stel dat de, op zoch weerzinwekkende, kosten-baten-analyse gunstig uitvalt voor migranten. Zou de PVV dan de nerderlaag erkennen? Natuurlijk niet. Wilders en zijn gardisten zouden onmiddelijk klaarstaan om uit te leggen dat er een cover-up gaande is. Zo van: zie je wel, de multiculturele linkse elite van sharia-socialisten (zijn recente toevoeging aan het fascistische Woordenboek van de Haat) weigert de waarheid van het ‘allochtonenprobleem’ onder ogen te zien.

Dat laatste zou óók gelden als de ministeries – zoals ze zouden moeten doen! – de vragen als stigmatiserend, onzinnig en onbeantwoordbaar van de hand wezen en dus weigeren er antwoorden op te geven. Zo’n weigering zou helemaal tot moord-en-brand-geroep in PVV-kringen aanleiding geven: ze nemen ons, de stem van miljoenen Nederlanders, niet eens serieus! De elite schuift de ‘echte problemen’ weer onder het tapijt! Stemt op ons! Zo zou de reactie, kort samengevat, luiden.

Het lijkt dus, op het eerste gezicht, een ware win-win-win situatie voor Wilders en zijn fascisten. Toch, en juist daaróm, is een hard links antwoord nodig. Hard op twee manieren. Allereerst: een luid antwoord, van de daken geschreeuwd. Daarvan merk ik helaas weinig. Revevante sites – Doorbraak, Internationale Socialisten, Nederland Bekent Kleur – hebben niet op Fritsma’s kamervragen gereageerd. Vakantietijd zal aan deze traagheid hebben bijgedragen (maar de drie sites worden wél bijgehouden, zie ik) maar toch. De vijand gebruikt de zomer voor nieuwe aanvallen, wij kunnen toch moeilijk gaan wachten tot september voor we ons verdedigen?

Links dient ook inhoudelijk een hard antwoord te geven. Dat moet dan in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

1. Afwijzing van de vraagstelling als zodanig moet het uitgangspunt zijn. De vraag stellen of een hele, etnisch gedefinieerde, bevolkingsgroep geld kost of oplevert is – ongeacht het antwoord – al stigmatiserend. Degene die zo’n vraag stelt, maakt daarmee de rol en aanwezigheid van die hele bevolkingsgroep bij voorbaat tot probleem. Dat doen beleidsmakers in apartheidsstaten en bestuurders in landen die complete bevolkingsgroepen wensen te deporteren of vergassen. Democraten doen zoiets niet. De vraagstelling van de PVV is deel van een ideologie van etnische zuivering’, en verdient daarom volslagen afwijzing.

2. Vervólgens moeten ónderdelen van de vraagstelling met kracht van argumenten worden gedemonteerd. Alléén zeggen ‘uw vragen zijn racistisch en verwerpelijk’, is een startpunt, maar het is niet voldoende. De aangedragen ‘feitelijkheden’ zelf moeten gekraakt worden. Bijvoorbeeld de uitspraak van Friitsma dat migranten “vaker werkloos zijn en minder verdienen.” Die uitspraak klopt. Maar zijn migrantend aarom duur? Ik zoe zeggen: werkloosheid, slechte arbeidmarktpositie, en de mede daaraan ten grondlag liggen de discriminatie – díé zijn het probleem.  Maar wie máákt migranten werkloos, wie zorgt dat de arbeidsmarktpositie zo slecht is? Mensen van Marokkaanse afkomst hebben met discriminatie bij sollicitatie te maken, en met pogingen om ze uit bepaalde onderwijsinstellingen te houden. Als personeelschefs geen migranten aan willen nemen en scholen migranten weren uit een opleiding, is het dan gek dat veel migranten geen of slechtbetaald werk vinden? Het echte – en ja, ook kostbare, maar dat is niet de kern – probleem wordt niet gevormd do0r die dure migranten. Het echte probleem is werkloosheid, uitsluiting, discriminatie. Links dient de vraagstelling van de PVV te demonteren en te kantelen, en er een eigen, anti-racistische vraagsteling tegenover te stellen.

Dit biedt trouwens tegelijk een handvat voor een concrete actie, een handvat waaraan het zo vaak ontbreekt. Waarom nemen antiracistische en linkse groepen niet het initiatief tot een campagne waarin van ministeries en het kabinet wordt geëist de vragen van de PVV níét te beantwoorden, met verwijzing naar het racistische karakter ervan?

In zo’n campagne kan tegelijk veel duidelijk worden gemaakt over racisme en discriminatie. Maar dan gaat zo’n campagne weer eens verder dan waarschuwen tegen racisme en voorlichten over de kwalijke PVV-politiek. Dan bouwen we een campagne waarin mensen zich bundelen om weer eens daadwerkelijk druk uit te oefenen – tegenover Wilders, maar tegelijk tegenover een politiek Den Haag dat maar al te vaak terugwijkt voor, of zelfs meegaat met, de Wilders-wind.


Bedrijfsbezetting autofabriek Zuid-Korea houdt nog stand

23 juli, 2009

Voor de vierde dag probeert een politiemacht van 3000 agenten een kleine duizend arbeiders uit de fabriek in Zuid-Korea te krijgen die ze al twee maanden bezet houden als protest tegen ontslag wegens faillisement. Maandag berichtte de NRC er over. Het is nu donderdag, en Aljazeera meldt dat arbeiders en oproerpolitie nog steeds slaags raken. De politie heeft vanuit  helicopters traangas op het bedrijfsterrein gegooid, en de toevoer van water en voedsel naar de actievoerende arbeiders is afgesneden.

Het vindt allemaal plaats in de Ssangyong-autofabriek ten zuiden van  de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel.  Het bedrijf is bankroet en heeft het ontslag van 2600 arbeiders, 36 procent van het personeel, aangekondigd. Als troostprijs zegt Ssanyoung onder meer dat in 2012 weer werk is voor sommigen van hen. Maar arbeiders  laten met hun actie zien dat ze geen boodschap aan het bankroet hebben. Gelijk hebben ze. Het was niet hun bedrijf, waarom zou het dan wel hún verlies en hun bankroet zijn? Ze vechten gewoon voor hun baan, hun middel tot bestaan.

De protesten tegen de ontslagen begonnen al op 21 mei. Het is opmerkelijk, en buitengewoon bemoedigend.- dat het nog steeds niet gelukt is om de fabriek door de politie te laten heroveren op de arbeiders. Maar zonder steun van andere groepen arbeiders in verzet wordt het toch een steeds moeilijker zaak. Aljazeera spreekt – in tegenstelling tot de NRC die eerder van 1000 bezettende arbeiders sprak – nu nog van 600 arbeiders in het bedrijf. Bloomberg, dat meer economische achtergronden over bedrijf en bankroet ervan geeft – had het op 20 juli over 800 actievoerende arbeiders (gevonden via Labourstart.org trouwens). Intussen heeft de politie 100 speciale politiecommandotroepen laten aanrukken – bovenop de al aanwezige 3000 agenten van de oproerpolitie. Die overmacht van de politie is, op zichzelf beschouwd, wel heel groot.

De ontknoping dreigt bloedig te worden. Een vakbondsvertegenwoordiger zegt: “Als de politie besluit om naar binnen te gaan, dan betekent dit dat het ze niet kan schelen dat er zelfs tientallen doden vallen.” Het is te hopen dat het dappere verzet van de arbeiders van Ssanyong de steun krijgt die het verdient, dat het niet tot een bloedige ontruiming komt, en dat de arbeiders hun baan behouden.


Hopelijk hete actieherfst tegen sociale narigheid

21 juli, 2009

De zomer is warm, de herfst wordt heet aan het actiefront. Althans, daar zijn zowel goede redenen voor, als ook een mooi voorteken dat erop erop wijst.

De redenen liggen onder meer in de manier waarop de economische crisis zich steeds meer vertaalt in sociale ellende. Vandaag maakte het CBS bekend dat de werkloosheid fors is gestegen, tot 368.000 mensen, oftewel 4,8 procent van de beroekspebolking. in juni alleen al kwamen er 16.000 baanlozen bij. Onder mensen van 16 tot 24 jaar is de werkloosheid al veel hoger: 11,4 procent. En straks komen schoolverlaters  op deze  ongunstige arbeidsmarkt. Het CPB verwacht uiteindelijk een werkloosheid van 10 procent op het dieptepunt (NRC, 21 juli).

Met werkloosheid komt inkomensdaling en bijbehorende financiële narigheid. Wie werkloos werd, verloor ineens gemiddeld 15 procent van haar of zijn koopkracht, zo berekende het CBS (Nu.nl, 20 juli). Zoiets hakt er in. Je zal maar een eigen huis hebben, bijvoorbeeld.“Het waarborgfonds verwacht dat het aantal gedwongen huizenverkopen ruimschoots verdubbelt van 700 dit jaar tot 16o00 volgend jaar.” Het gaat hier om het Waarborgfonds Eigen Woningen. Reden van gedwongen verkoop: mensen kunnen de hypotheek niet meer betalen (Nu.nl, 20 juli).

Komende weken zal ook meer bekend worden over het regeringsbeleid rond de economische crisis. Bezuinigingen, met pijnlijke gevolgen voor mensen die het toch al moeilij hebben, zitten er dik in. En er ligt nóg een beleidsvoornemen dat heel goed  aanleiding zou kunnen zijn om met hoognodige grootschalige protesten op gang te brengen: het kabinetsplan om de pensioenleeftijd te verhogen.

De beslissing daarover is, als resultaat van overleg tussen vakbonden en regering eerder dit jaar, doorgeschoven naar de herfst.Vakbonden krijgen tijd om, via de Sociaal Economische raad (SER) met alternatieven te komen. Maar intussen bereidt – zo luidt vakbondskritiek – het kabinet al de doorvoering van de leeftijdsverhoging voor. Dat vraagt om een antwoord van vakbondskant. Gelukkig kómt dat antwoord er ook.

Het plan zelf stuit sowieso op grote weerstand, en terecht. Het arbeidsleven duurt lang genoeg, met 65 jaar met pensioen kunnen gaan is bepaald niet te vroeg, bepaald geen luXe. En een echt financieringsprobleem is er niet. Luid en duidelijk néé zeggen tegen deze plannen, op zijn minst door de petitie “65 blijft 65” te tekenen die de SP op touw heeft gezet, is wel het minste.

Met een petitie laten we zíén dat we het pensioenplan niet willen. Maar de regering al het pensioenplan hoogstwaarschijnlijk niet  op het massale maar nog veel te vriendelijke verzoek van velen intrekken. Het is nodig om de regering hard te laten vóélen dat ze er niet mee wegkomt. En daarvoor is de opstelling van vakbonden – die mensen organiseert waar ze samen sterk kunnen zijn, op en via hun werkplek – van groot belang.

Een hoopgevend teken dat er vanuit de vakbeweging actiesworden voorgenomen, vormen uitspraken van Henk van der Kolk, van FNV Bondgenoten. Die zegt dat zijn vakbond van plan is om mensen op te roepen op7 oktyober het werk 65 minuten stil te leggen, bij wijze van pauze-als-protest. “Luistert het kabinet niet naar zijn pleidooi, dan is de pauze van 65 minuten nog  maar het begin van een hete herfst, waarschuwt de grootste vakbond van het land.” Mogelijk komen er dan acties op Malieveld of Museumplein (Volkskrant, 20 juli).

Van der Kolk noemt de pauze-actie van 65 minuten“een ludieke actie”. Maar feitelijk gaat het om een vrij stevig begin, met hele goede mogelijkheden tot verdere versteviging. Vijfenzestig minuten niet werken in heel de economie van het land- datis feitelijk een landelijke algemene staking van één uur. Dat maken we niet elke dag mee.

En het biedt groepen arbeiders op werkplekken waar de vakbond sterk en actief is, goede extra mogelijkheden. Wie zegt dat arbeiders na 65 minuten weer braaf aan het werk gaan? Wie zegt dat we, bijvoorbeeld in openbaar vervoer- en havenbedrijven, geen staking van meerdere uren, misschien wel voor de rest van die werkdag, krijgen?

Makkelijk zal dat niet zijn, het zal inzet vergen, initiatief van actieve arbeiders in de bond – en waarom ook niet erbuiten? Maar ondenkbaar is het evenmin. De zevende oktober heeft het in zich om een belangrijke, hoopvolle dag te worden in de klassenstrijd in Nederland.