Bij de dood van Howard Zinn, rebels geschiedschrijver

28 januari, 2010

Howard Zinn, rebels historicus in de VS, is overleden. Hij is 87 jaar geworden.

Zinn werd – dit en de andere biografische gegevens in komende alinea’s lees ik in een mooi overzicht dat de Boston Globe na zijn dood publiceerde – op 24 augustus geboren in New York. In de Tweede Wereldoorlog had hij dienst genomen als militair, en was bombardementspiloot. Na de oorlog was hij eerst in allerlei baantjes werkzaam. daarmee verdiende hij zijn studie.  Hij studeerde af als historicus aan Colombia Universiteit in New York. Hij was intussen, sinds 19544, getrouwd met  Roslyn Shechter.

Vanaf de jaren zestig keerde Zinn zich in woord, geschrift en daad tegen oorlogen, en in het bijzonder tegen de Vietnamoorlog. Hij schreef boek na boek, onder meer over de opkomende nieuw linkse stromingen in de VS, van mensen die zich bijvoorbeeld met directe actie tegen de apartheid in het Zuiden van de VS richtten. Met deze inzet is hij tot aan het eind van zijn leven doorgegan.

Zinn is één van de grootste en meest indrukwekkende stemmen van de diepe linkse verzetscultuur die de VS rijk is. Zijn oog was steeds gericht op de onderkant, op de mensen in verzet, en op hoe zij, vaak in zeer ongunstige omstandigheden, toch steeds de machthebbers tegenspel boden, uitdaagden, hun machtsposities trachtten te ondergraven met wisselend succes. Van het lezen van zijn vertellingen – wáre vertellingen! -wordt je vrolijk er en opstandiger. Het inspiréért.

Hoogtepunt in zijn schrijfwerk was zonder enige twijfel “A People’s History of the United States”. Dat boek heb ik, toen ik het voorrecht had twee weken in de VS vakantie te houden, in een links-alternatief boekhandeltje iet prachtige plaatsje Burlington aangeschaft. het staat nog steeds in mijn kast, maar is dankzij herlaald intensief lezen, raadplegen en weerlezen, tot een soort losbladig systeem omgevormd.

Het is dan ook een meesterwerk.  Waar de gangbare geschiedschrijving bijvoorbeeld der Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tegen het Britse rijk, eind achttiende eeuw, zo ongeveer behandelt als democratisch wonder, daar laat Zinn zien hoe elitair de Founding Fathers werkelijk waren – en hoevel revolte van árme mensen er in het kielzog van die onafhankelijkheidsoorlog plaatsvond, tegen de wens van die Founding Fathers in. Zinn vertelt over het verzet van Indiaanse volkeren tegen kolonisatie en genocide. Hij vertelt van slavenopstanden, van de strijd voor vrouwenemancipatie, van de vroege arbeiderbeweging in de VS. Maar hij vertelt ook van antimilitarisme en pacifisme, zowel in Wereldoorlog I als in Wereldoorlog II. Van die laatste oorlog laat hij ook ziend at dit in de kern helemaal geen oorlog voor vrijhijd en democratie was, maar de zoveelste poging van grote mogendheden om de wereld te verdelen en te overheersen.

Dit is maar een greep uit een heel rijk boek. Het hele boek is trouwens op internet telezen via de website History Is A Weapon – geen site van Zinn zelf trouwens, maar de titel geeft wel de inzet van mensen als Zinn goed weer: geschiedenis is door onze kant te gebruiken als wapen in de strijd voor vrijheid, rechtvaardigheid en vrede. Er is trouwens ook een Nederlandse vertaling van het boek: “Geschiedenis van het Amerikaanse volk”. Kortom: noch geldgebrek, noch een gebrek aan kennis van de Engelse taal zijn voor linkse mensen een geldig excuus om dit prachtige boek niet te lezen. Moge dat dan tegelijk een extra aanzet zijn om in de rebelse geest waarin Zinn zijn werk verrichtte, te handelen. Een mooier soort van herdenking van deze goede man is nauwelijks denkbaar.

Advertenties

Haïti: actueel, achtergrond, lichtpuntje

17 januari, 2010

Ja, wederom Haïti. De ramp aldaar verdient volle aandacht – al was het maar om te leren wat er anders moet in zulke schokkende maar totaal niet onvermijdelijke situaties. Eerst wat actualiteiten. Dat wat achtergronden. Tot slot een glimpje van echte solidariteit met mensen in het geteisterde land.

NRC, 17 januari, over vliegtuigen die op en neer vliegen naar Port-au-Prince. “Maar de meeste vliegtuigen zin van het Amerikaanse leger. Dat geeft prioriteit aan het herstellen van de orde en het evacueren van Amerikaanse burgers; wij willen de bevolking eten geven.” Dat zegt een functionaris van het Wereld Voedsel programma, Jarry Emmanuel. Dat WFP kon pas hulpgoederen afleveren vanaf gisteren. “Donderdag en vrijdag was dat niet mogelijk, omdat Amerikaanse troepen en materiaal voorrang kregen.” Hoeveel mensen zouden zijn omgekomen omdat het aanvoeren van soldaten, het handhaven van ‘orde’ en het in veiligheid brengen van Amerikaanse burgers urgenter werd geacht dan het helpen van hongerige, zieke, ontredderde Haïtianen?

Dat ordehandhaven wordt nodig gevonden tegen ‘plunderaars. Weer de NRC, eveneens 17 januari: “”plunderaars maken misbruik van de totale afwezigheid van autoriteiten, en er wordt gevochten om hulpgoederen. ” Hoezo, misbruik?! Radeloe mensen met nog enige energie in hun lichaam proberen nog iets te pakken te krijgen. Moeten de ‘plunderaars’ soms netjes in de rij zitten wachten tot het hun beurt is om van honger, dorst en uitbrekende ziekten dood te gaan? En hoezo ‘ontbrekende autoriteiten’?! De  stad pult uit van de autoriteiten: 9000 soldaten in de VN_’vredesmaccht, binnnenkort 10.000 Amerikaanse militairen, allemaal keurig gewend orders op te volgen, allemaal vertegenwoordigers van ‘autoriteiten’, en allemaal deels machteloos tegenover de chaos, deels medeplichtig aan het voortduren ervan. Iets minder áutoriteiten’ zou een zegen zijnvoor de noodlijdende Haïtianen.

En dat vechten om voedsel: vinden we het gek? Op Nu.nl legt Rode Kruis-woordvoerder ter plekke  Sebastien Kraaijeveld het uit. “Er is helemaal niets meer, je kunt het mensen niet kwalijk nemen dat ze vechten om voedsel.”Doordat de hulpverlening niet direct op gang kon komen, hebben mensen al dagen niet gegeten of gedronken. daardoor ontstond de afgelopen dagen een onveilige situatie in het land.” het artikel geeft wat context. ” Het is de traagheid van de toevoer van hulp die tot gevechten en geweld leidt. Logische conclusie: alles wat de aanvoer van hulpgoederen vertraagt, dient onmiddellijk te verdwijnen, en het land moet gestaag bedolven worden onder voedsel, medicijnen, verpleegkundigen, artsen, noem maar op. Het sturen van soldaten als ordehandhavers (feitelijk:bezetters) gaat recht tegen werkelijk effectieve hulpverlening in, en dient te worden stopgezet. En als mensen dan merken dat er ononderbroken toevoer komt, kan de acute wanhoop zakken, en kunnen de vechtpartijen wegebben. Mensen die al zoveel doorstaan hebben, knokken immers niet voor de lol.

Tot zover even een enkel actueel punt. Ik heb al eerder geschreven over de achtergronden vande ramp, de redenen waarom Haïti bewoond wordt door straatarme mensen, die moeten wonen in krotten die een dodelijke val zijn bij een aardbeving. Die reden ligt in koloniale uitbuting, verdedigd met Amerikaanse miliaire bezettingsplitiek en steun aan corrupte wrede dictators. Veel meer over de trieste geschiedenis van Haïti, en de rol  van vooral de VS daarin, lees je in hoofdstuk 8 van “Year 501”, een boek van NoamChomsky.  Het hoofdstuk heet:  “The Tragedy of Haiti”. Aan die tragedie wordt, onder regie van Obama, dezer dagen een nieuwe paragraaf toegevoegd. Hoe lang nog, hoe vaak nog?!

Een enkel lichtpuntje. Op allerlei plekken komen solidaire mensen en groepen in de weer om een soort hulp op te bouwenwaar haïtianen in nood echt iets aan hebben. Een voorbeeld – jawel, uit de VS – van wat mogelijk  en constructief is:  een oproep van Miami Autonomy & Solidarity , een revolutinaire organisatie. Deze vraagt aandacht en steun voor Batay Ouvriye, een organisatie ter plekke die opkomst voor de rechten van arbeidersin de sweatshops financieel te steunen. Zo’n basisbeweging zet zich in om  de verhoudingen waardoor zoveel Haïtianen zo arm zijn en zo kwetsbaar, grondig te vranderen. Precies dát is nodig als we niet willen dat keer op keer vele tienduizenden nodeloos de dood in worden gejaagd.


Obama zet de jokers in

17 januari, 2010

Obama gaat onverdroten door met het  redden van de Haitiaanse bevolking na de aardbevingsramp die mogelijk 200.000 mensenlevens heeft gekost. Hij stuurt tegen de 10.000 militairen. Dat kan van pas komen, in het vullen van massagraven heeft het Amerikaanse leger de nodige ervaring opgedaan. In My Lai, Vietnam, kunnen ze daar meer over vertellen, net als in Irak waar in 1991 het begraven zelfs plaatsvond toen Iraakse militairen nog leefden, voor ze ondergebulldozerd werden door VS-militairen. In Haïti gaat het anders, daar hoeft het Amerikaanse leger tenminste niet zelf voor de aanwezigheid van lijken te zorgen.

Maar dat is niet alles! Hij zet nu ook de joker in, of beter; twee jokers. De eerste heet Bill Clinton. De  tweede heet George Bush. Zij mogen de Amerikaanse bevolking porren om gul te geven aan  de geteisterde Haitianen. Wie bedénkt zoiets?! Clinton was president in 1994. Toen dreigde hij met een Amerikaanse militaire invasie in… Haïtti. Onder druk van die dreiging verdwenen weliswaar dictators die in 1991 via een staatsgreep aan de macht waren gekomen. Maar de gekozen progressieve president Aristide mocht slechts terugkomen als hij zijn progressiviteit inperkte en het neoliberale beleid waar straatarme Haitianen juist zo onder leden, zou voortzetten. En nu moeten Amerikanen op zijn verzoek Haitianen helpen die mede dankzij diens beleid zo arm zijn dat hun huizen vanwege de aardschokken zijn bezweken?

Ja, en dan George Bush als hulpverlener. Zijn humanitaire instelling is bekend in Irak, waar pakweg een miljoen mensen zijn weldaden niet hebben overleefd. Met humanitaire instelling hebben trouwens ook vele Haitianen kennis gemaakt. Toen hij president was, verdreven rechtse gewapende groepen de eerder genoemde Aristide. Die bleek toch nog teveel progressieve tegenstribbelingen te vertonen tegen neoliberale dwang. Dat was in 2004. Deze staatsgreep, want daar kwam het op neer, had steun van de rechtervlegel van de Republikeindse Partij in de VS, en minstens instemming vanuit de machthebbers in de VS, waaronder dus de chef, George Bush.

Laat ik er verder weinig over zeggen, behalve dit. De man heeft een geloofwaardigheidsprobleem, net als Bill Clinton. Als ik overwoog om geld te geven voor Haïti, en Clinton of Bush kwam daar nog eens extra om vragen, dan bedacht ik me meteen, dan maakte ik geen cent over. Foute mannen, foute boel.

Het is glashelder. Westerse staten, de VS voorop, beantwoorden de aardbevingsramp op Haïti met het meest humanitaire concept uit de moderne geschiedenis: een militaire bezetting. Het is duidelijk: dit past in een lange traditie waarin de VS, samen met plaatselijke mchthebbers. De Haïtanse bevolking misbruikten voor eigen macht en gewin. Ik schreef daar al enkele keren over. Maar is het nodig dat de Haïtiaanse bevoking, na een eeuw vol plundering, dictatuur en neo(?)koloniale overheersing, nu ook nog eens ten diepste moeten worden beledigd door ze de hulp van mafiose ex-politici op te dringen?


Mijnheer Obama, vergéét Haïti!

16 januari, 2010

De taal biedt geen afdoende middelen om de verschrikking die Haïti heeft getroffen adequaat tot uitdrukking te brengen. De toestand na de aardbeving is verschrikkelijk. Een staatssecretaris in het land zegt dat er mogelijk 140.000 doden zijn, en dat er al 40.000 lijken zijn geborgen. De hulpverlening gaat erg moeizaam, overlevenden lopen deels verdwaasd rond, maar beginnen ook hun intense woede tot uitdrukking te brengen. Wereldleiders spreken intussen mooie woorden, sturen een kleine fooi en vooral een grote troepenmacht.

Obama loopt voorop in humanitair verpakte arrogantie. De VS stuurt tussen de 9000 en 10.000 soldaten, mogelijk meer. Daarmee wordt de  Amerikaanse troepenmacht groter dan de 9000 VN-militairen die er al zijn. “Het Amerikaanse leger zou inmiddels de leiding over het coördinatiecentrum van de VN bij het vliegveldop zich hebben genomen”, lees ik in de NRC. Met een Haitiaanse staat die ontredderd is, en de VN als nog min of meer functionerende structuur, en de omvang van de Amerikaanse troepenmacht, komt het er op neer dat de VS  de macht over Haïti hebben overgenomen – niet voor het eerst in de geschiedenis, zoals we verderop zullen zien.

Misschien dat een enkeling die dit leest zal zeggen: nu is niet het moment om over Amerikaanse militaire interventie te mopperen, nu zijn de soldaten er om mensen te helpen. Toch? Was het maar zo simpel. Een verslag in de Volkskrant vertelt over voedsel dat niet vervoerd kan worden naar mensen die het nodig hebben. Vervoer is onmogelijk. “VN-militair José: ‘Buiten het vliegveld staan honderden trucks gewoon stil. Ze kunnen niet weg of worden tegengehouden.’ Door wie? ‘De Amerikanen. Hun prioriteit lgt bij het repatriëren van hun staatsburgers. Daarna zijn de hulpgoederen aan  de beurt.” Het is maar dat we weten wat de Amerikaanse soldaten in de allereerste plaats zijn komen doen.

De Amerikaanse president heeft intussen wel een plechtige toezegging gedaan. “Gisteren zei Obama dat de Haitianen ‘niet zullen worden vergeten, niet in de steek zullen worden gelaten.” Het is grotesk. Kern van het probleem voor mensen op Haïti is nu juist dat ze door de hele twintigste eeuw heen, tot op de dag van vandaag, door de VS niet zijn “vergeten” en evenmin “in de steek gelaten.” Net zomin als de VS de eeuw daarvoor de oorspronkelijke Indiaanse bevolking is “vergeten” terwijl oorlog na oorlog tegen die mensen bezig was. Net zo min als de Ku Klux Klan zwarte mensen was “vergeten” voor ze aan het lynchen van zwarte mensen begon. Iets meer vergeetachtigheid van de VS had de Haitiaanse arme bevolking enorm veel leed bespaard.

Hier wat feiten om dit te verduidelijken. Ik pluk ze uit een artikel vanTed Rall,  met als treffende ondertitel: “Why the Blood Is on Our Hands”. Met ‘onze handen’ worden de handen van de VS bedoeld. Een enkel citaat uit dit met terecht sarcasme geschreven stuk. “Geef in Haïti deze week geen tectonische schijven de schuld. Negenennegentig procent van het dodental is te wijten aan armoede”, schrijft hij. En hij vraagt: “Hoe werd Haïti zo arm? Ondanks een eeuw van Amerikaans kolonialisme, bezetting en het overeind houden van corrupte dictators?”

Hij noemt het overnemen van Haïti’s zakenbank door een consortium van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken en voorloper van de huidige Amerikaanse bank Citybank in 1910 als startpunt. Hij noemt de Amerikaanse militaire bezetting – van 1915 tot 1934. Hij wijst erop dat 40 procent van het bruto nationaal product naar Amerikaanse bankiers ging. En hij vraagt dan: “Maar waarom zouden Haitianen klagen? Zeker, we stalen 40 procent van Haïti’s rijkdommen, gedurende 34 jaar. Maar we lieten ze 60 procent behouden.”

Hij noemt president Papa Doc’ Duvalier, als dictator neergezet in een staatsgreep met medewerking van de CIA in 1957. Dertigduizend mensen werden afgemaakt door  zijn doodseskaders, de Tonton Macoute. Hij noemt zijn zoon, Baby Doc, dictator vanaf 1971. Die stal volgens een schatting ergens tussen de 300 en de 800 miljoen aan staatsgelden. Dat waren het soort mensen die de bescherming van de VS genoten. De narigheid stopte niet na de val van Baby Doc in 1986. De narigheid gaat door.

Slotzinnen van het artikel: “Amerikaanse bedrijven als Disney betalen edelmoedig lonen aan hun sweatshop-arbeiders van 28 cent per uur. Wat willen die ondankbaren nog meer?” Wie die geschiedenis onder ogen ziet, kan toch weinig anders dan erkennen dat Haïti’s bevolking beter, veel beter af zou zijn als ze eindelijk, na een eeuw rampzalige bemoeienis, door de VS zou worden “vergeten”?


Obama escaleert misdadige oorlog Afghanistan

2 december, 2009

President Obama heeft besloten: hij stuurt 30.000 soldaten extra naar Afghanistan. Daarmee groeit de totale Amerikaanse troepenmacht in dat land tot boven de 100.000. Met de extra troepen wil hij in hoog tempo het gewapend verzet terugdringen en tegelijk de Afghaanse leger- en politiemacht van opleiding voorzien. Vanaf de zomer van 2011 trekt Obama de troepen weer terug en mogen Afghaanse troepen de zaak steeds meer overnemen. nanneer alle Amerikaanse troepen terug zijn, maakte Obama niet bekend.

Hiermee kiest Obama voor grootschaligeescalatie van de oorlog. En de kans op succes  van deze prijzige onderneming – 30 miljard dollar gaat het kosten – is buitengewoon gering. De reden is simpel, en de kern ervan wordt verwoord door de Taliban zelf: “Een woordvoerder van de Afghaanse Talibaan zei vanochtend dat meer troepen alleen maar tot meer verzet zouden leiden.” Dat is zeer aannemelijk. De belangrijkste reden voor de strijd is nu juist de aanweigheid van die Westerse bezettingsmacht. Dáár keren gewapende groepen – Taliban en anderen – zich tegen. Zolang die bezetting voortduurt, zal de gewapende strijd ertegen ook voortduren.

Dat maakt de toezegging van Obama dat de Amerikaanse troepen al over 18 maanden weer terug beginnen te komen, ook nogal ongeloofwaardig. Dat geldt des te meer omdat de kans dat Afghaanse soldaten en politie de zaak kunnen overnemen, tamelijk gering is. In een eerder stuk wees ik er al op dat Afghanen wel dienst nemen, maar heel vaak vooral om aan geld te komen. Tijdje trainen, en wegwezen uit de opleiding – soms met wapen en al, wellicht rechtstreeks naar de Taliban. Zo leidt de VS in het gunstigste geval een zeer currupt veiligheidsapparaat op. In het ongunstigste geval – allemaal van de VS uit bezien dan – subsidieert en traint de VS indirect de Taliban.

Toch is het tijdstip waarop Obama wil beginnen met terugtrekken waarschijnlijk niet zonder betekenis. Achttien maanden later leven we in de zomer van 2011. Dat is het jaar voor de volgende presidentsverkiezingen. Als het hem lukt om de maanden daarna een flink aantal troepen terug te halen, en een soort van succes op te eisen, dan is dat gunstig voor zijn kans op herverkiezing. Maar als dat niet lukt, en de oorlog woedt in volle g hevigheid verder met steeds meer Amerikaanse slachtoiffers, dan kunnen we ons maar beter klaarmaken voor het presidentschap van Sarah Palin…

Obama heeft met zijn besluit laten zien dat hij een oorlogspresident is, net als zijn voorganger Bush. Veel wijst erop dat andere staten in de NAVO ook extra troepen gaan sturen. Polen, Italië, Groot-Brittannië en Spanje overwegen dat of hebben al ertoe besloten. Daarmee kiezen ook deze staten voor een onderneming die koloniaal en daardom crimineel is, en ook nog eens tamelijk kansloos.

Wat Nederland gaat doen is nog niet duidelijk. Maar de tekenen zijn niet zeer geruststellend. Vice-president Biden heetf bij Balkenende aan de telefoon gehangen en steun gevraagd. “De premier heeft aangegeven hoe de stand van zaken in Nederland is en gezegd dat het kabinet nog geen besluit heeft genomen over de periode na 2010.” Dan loopt volgens eerdere besluitvorming de militaire missie van Nederlandse soldaten in de Afghaanse provincie Uruzgan af. De PvdA heeft laten weten dat ze nog steeds niets ziet in verlenging van die missie. Maar de argumentatie van die partij neemt geen afstand van de koloniale oorlog zelf. “(W) e vinden ook dat anderen aan de beurt zijn. Dus als Obama nu andere NAVO-bondgenoten gaat bellen, zou ik zeggen: bel met Spanje, Italië, Frankrijk, landen die  de afgelopen jaren echt veel te weinig hebben gedaan in Afghanistan”, aldus PvdA-kamerlid Martijn van Dam. Het Westen moet de oorlog gewoon voortzetten, wat de PvdA betreft – mét Nederlandse politieke instemming, maar zónder nieuwe militaire steun.

Het is een standpunt dat medeplichtigheid aan politieke misdaad inhoudt, en de kosten ervan nog eens grotendeels afwentelt op andere staten ook. En de kans dat de PvdA alsnog overstag gaat is bepaald niet afwezig. Principiële redenen tegen de Westerse bezettingsoorlog in Afghanistan voert de PvdA-woordvoerder immers niet aan.

Het is nodig om voortzetting van de nederlandse militaire rol in Afghanistan aan de kaak te stellen. Niet omdat anderen nu aan de beurt zijn, maar omdat de hele Westerse militaire aanwezigheid de oorlog juist gaande houdt. Het deugt simpelweg niet om Afghanistan gewapenderhand te bezetten en de bevolking aan Westerse eisen en belangen te onderwerpen. Dat was steeds de kern van een principieel néé tegen de Amerikaanse aanval op Afghanistan in oktober 2001. Dat blijft de kern van zo’n nee tegen de Westerse militaire aanwezigheid in dat land.

(bijgewerkt binnen een kwartier na plaatsing)


In Fallujah gaat het lijden door

14 november, 2009

Falluja, Irak, 28 april 2003, enkele weken nadat Amerikaanse en Britse troepen Bagdad veroverden, Saddam Hoessein verdreven en Irak tot een bezet land maakten.  Amerikaanse soldaten openden het vuur op demonstranten die eisten dat een school in die stad niet langer gebruikt werd om Amerikaanse bezettingstroepen te huisvesten. Resultaat: 13 doden, en volgens medisch personeel 70 gewonden – op een totaal van 200 demonstranten.

Falluja, Irak, 31 maart 2004. Irakezen sleepten vierlichamen van hurlingen van het bedrijf Blackwater door de straten. Ze waren in een hinderlaag van guerrilla’s gelopen.

Falluja, Irak, 7 april 2004. Amerikaanse mariniers schieten raketten af richting moskee. Getuigen melden 40 doden.

Falluja, Irak, 12 april 2004. Inmiddels 600 Iraakse doden bij het Amerikaanse beleg van de stad. Voor 95 procent mannen van’militaire leeftijd, volgens een Amerikaans officier. Voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen, volgens een ziekenhuisdirecteur in de stad.

Falluja, 20 april 2004. “Er zijn zoveel bewoners van Falluja door Amerikaanse mariniers gedood dat bewoners massagraven moesten graven. Het voetbalstadion van de stad bevat nu meer dan 200 graven.” Begraven moet volgens een arts snel gebeuren, want Amerikaanse militairen openen snel het vuur terwijl mensen graven delven en lijken bergen.

Falluja, Irak, 16 november 2004. “Minstens 800 burgers zijn gedood tijdens het Amerikaanse beleg van Falluja, zo schat een functionaris van het Rode Kruis.” Amerikaanse militairen hadden eerder die maand een grootschalige aanval op de stad geopend, de tweede binnen een jaar.

Fallujah, Irak, november 2004. De VS heeft bij haar aanval op Fallujah witte fosforgranaten gebruikt. Dat geeft het Pentagon een jaar later eindelijk toe. Witte fosfor mag volgens internationaal recht gebruikt worden als rookgordijn, maar niet tegen personen, het geeft intense brandwonden als dit laatste toch gebeurt, net als het in Vietnam berucht geworden napalm. Officieel is het geen chemisch wapen, maar in de praktijk komt het daar min of meer wel op neer.

Fallujah, Irak, 15 november 2009. “Dokters in de door oorlog geteisterde enclave van Falluja hebben te maken met een toename van tot 15 keer het aantal chronische misvormingen bij  kleine kinderen, en een toename in kankers op jonge leeftijd die te maken kan hebben met giftige materialen die overgebleven zijn na de strijd.” Dat bericht The Guardian vandaag.

“We zien een een zeer belangroijke toename van afwijkingen in het centrale zenuwstelsel (…) Voor 2003 (…) zag ik sporadische afwijkingen bij babies. Nu is de frrequentie van misvormingen dramatisch toegenomen”. Dat zegt een arts in de stad. Hij is voorzichtig over de factoren die hieraan bijgedragen kunnen hebben. “Die omvatten luchtvervuiling, straling, chemicaliën, medicijn- of druggebruik,  (in de Engelse tekst wordt het woord ‘drugs’ gebruikt, hetgeen beiden kan betekenen, PS) ondervoeding, of de psychologische toestand van de moeder”, zegt hij.

Tsja, en waarom zou er in Fallujah straling, ondervoeding, luchtvervuiling en chemicaliën zijn?  Waarom toch?


Afghanistan: Amerikaanse verliezen, ontslag functionaris

27 oktober, 2009

Het gaat hard bergafwaarts met de koloniale oorlog die VS en NAVO in Afghanistan voeren. Zowel militair als politiek tekent zich een nederlaag af. Een welkome, terechte nederlaag.

Militair: “Acht Amerikaanse militairen zijn om het leven gekomen bij twee verschillende bomaanslagen in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar. Daarmee komt het Amerikaanse dodental op 55, het grootste aantal sinds het begin van de invasie in 2001″ (NRC, 27 oktober). Maandag kwamen 11 Amerikaanse militairen en 3 mensen van de Amerikaanse antinarcoticadienst DEA om, toen twee helicopters tegen elkaar botsten “na een vuurgevecht” (Nieuws.nl, 26 oktober).

Politiek: “Ik heb hetbegrip en het vertrouwen verloren in de strategische do9eleinden van de VS in Afghanistan. Ik heb twijfels en reserves over onze huidige strategie en de geplande toekomstige strategie, maar maar mijn ontslagname ius niet gebaseerd op hoe we  deze oorlog voeren, maar waarom en met welk doel.” Dat schreef Matthew Hoh, tot dan toe functionaris in Afghanistan vanuit het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken, aan de personeelsdienst van dat ministerie. Hij liet zich nog ompraten voor een andere functie, maar kapte daar na een week ook mee. Zelfs Holbrooke, als topfunctionaris voor de Amerikaanse regering verantwoordelijk voor Afghanistan en pakistan, kon hem niet meer op andere gedachten brengen (Washington Post via Common Dreams, 27 oktober).

Hoh was iemand met een stevige staat van dienst, onder meer als militair in Irak. maar tijdens zijn wekrkzaamheden in Afghanistan voor het ministerie van Buitenlandse Zaken kwam de twijfel opzetten. Hij zag de opstand groeien in een vallei, juist naarmate er Amerikaanse soldaten in die vallei kwamen. Het was kennelijk de militaire aanwezigheid die de opstandigheid aanwakkerde, zo zag hij in.

Nee, hij is geen voorstander van volledige terugtrekking. Maar zijn ontslag is evengoed een teken aan de wand. Het laat zien hoezeer de twijfel diep doordringt in het regeringsapparaat van de VCS zelf. het was dit type van twijfel dat in de jaren zestig en zeventig ertoe bijdroeg dat de VS haar oorlog in Vietnam moest stopzetten. En het is het hardnekkige verzet van gewapende strijders in Afghanistan zelf dat dit soort twijfel aanwakkert.

Het is zaak dat de groei van die twijfel verder wordt aangejaagd – in de oorlogvoerende landen zel, de VS voorop maar Nederland erbij inbegrepen. Het Westen gaat, ik zeg het maand na maand, deze oorlog verliezen. Dat is ook terécht, want de poging om Afghanistan de Westerse wil op te leggen zijn gewoon kolonialisme in een nieuw jasje.

Het is zaak die nederlaag verder te bespoedigen, zodat er niet nóg meer- vooral Afghaanse maar ook Amerikaanse en Nederlandse – mensen omkomen in de oorlog. Het is zaak een onmiddellijk vertrek van alle Westerse troepen te blijven eisen.