Haïti: wat voor hulp helpt?

19 januari, 2010

De aardbeving op Haïti die zulk catastrofale gevolgen had, heeft niet ieder deel van de bevolking gelijkmatig getroffen. De opeengepropte slechte woningen van arme mensen stortten in, zij kwamen in enorme aantallen om het leven. De woningen van rijke mensen, hoog op de heuvels buiten de hoofdstad, werden slechts licht beschadigd. Veel erger dan het uitvallen van de stroom was de overlast daar vaak niet, de rijken kwamen veelal met de schrik vrij (1).

De hulpverlening die op gang komt, richt zich niet bepald gelijkmatig op alle delen van de bevolking. De rijken, en buitenlandse bezoekers en toeristen,  krihgen voorang. In welvarende buurten worden hulpgoederen uitgedeeld, ingestorte hotels met toeristen werden met prioriteit doorzocht op overlevenden. De rest  van de bevolking kreeg weinig tot geen aandacht. Die mocht en mag in grote lijnen verrekken (2).

Het argument om arme buurten te mijden is de veiligheidssituatie. Uit angst voor geweld en plunderingen mijdt hulpverlening arme wijken. Het argument deugt om twee redenen iet. in de eerste plaats  is het geweld juist een wanhoopsreactie op de afwezigheid van hup. Hoe meer hulp, hoe minder wanhoop en hoe minder geweld. In de tweede plaats wordt de ‘veiligheidssituatie’ veel negatiever afgebeeld dan de situatie rechtvaardigt. De meeste arme Haïtianen plunderen niet. De  meeste arme Haïtianen wachten, met bewonderensaardig geduld, op hulp – en ze wachten dag na dag na dag. En velen van hen staken direct zelf de handen uit de mouwen.(3)

De uitweg uit de ramp wordt niet geboden door de aanwezigheid van duizenden VN- en nu vooral ook VS-militaire. De aanvoer van met name de Amerikaanse troepenmacht heeft de aanvoer van hulpverlening vertraagd, en daarmee het leed van de Haïtiaanse bevolking nog groter gemaakt dan het was (4).

De Haïtiaanse staat toont zich keer op keer de vijand van de Haïtiaanse bevolking. Het is een staat die de belangen van de rijke top behartigt – en van de internationale ondernemers die van de lage lonen in Haïti komen profiteren. Het is een staat die zich in de schulden bijft steken bij Westerse financiers, en ruil daarvoor het soort neoliberale beleid voert dat de meerderheid arm maakt, en daarmee nodelos skwetsbaar voor natuurgeweld zoals de recente aardbeving. Op die staat vertrouwen is gewoon de volgende ramp helpen voorbereiden (5).

De  uitweg uit de ramp wordt vooral geboden door twee krachten: in de eerste plaats de activiteiten vanuit de bevolking zelf. Die ging meteen aan de slag na de aardbeving. Die is ook nu bezig zich enigszins te organiseren om weer iets vn menselij samenleven op gang te krijgen. In de tweede plaats initiatieven die rechtstreeks proberen zulke plaatselijke activiteiten van onderop in Haïti te ondersteunen (6).

De  rol voor solidaire mensen buiten Haïti is tweeledig: in de eerste plaats het steun geven aan soort basisorganisaties dat wortelt in de arme bevolking, en dat hun noden en belangen centraal stelt. In de tweede plaats het eisen van maatregelen die de internationale greep op Haïti dor grote mogendheden en ondernemers verzwakken.  Daaronder op zijn minst: kwijtschelding van alle buitenlandse schulden die Haïti heeft, en het onmiddellijke vertrek van alle militairen, zowel die van de VN als die van de VS. Haïti heeft hulp nodig, geen kolonialisme.

(1) zie William Booth, “Haiti’s Elite Spared From Much of the Devastation”, Washington Post via Common dreams, 18 januari 2010;

(2) zie bijvoorbeeld Shirley Pate, “Disaster Imperialism in Haiti”, MRzine, 17 januari 2010;

(3) zie “Security Issues” op het weblog Lenin’s Tomb, 18 januari 2010; en ook Ansel Herz, “Earthquake in haiti: The Day After”, Narco News Bulletin, 14 januari;

(4) zie eerder stukken overHhaiti de afgelopen dagen op dit weblog;

(5)  over de schulden van Haïti en het neoliberale beleid, zie onder meer Eric Toussaint &  Sophie Perchellet, “Haiti’s Odious Debt”, Counterpunch, 19 januari 2010;

(6) een mooi voorbeeld van een initiatief dat rechtstreeks steun biedt aan groeperingen die werken vanuit de bevolking van Haïti zelf is de Honor and Respect Foundation in de Verenigde Staten (gevonden via Narco News Bulletin).

Advertenties

Haïti: actueel, achtergrond, lichtpuntje

17 januari, 2010

Ja, wederom Haïti. De ramp aldaar verdient volle aandacht – al was het maar om te leren wat er anders moet in zulke schokkende maar totaal niet onvermijdelijke situaties. Eerst wat actualiteiten. Dat wat achtergronden. Tot slot een glimpje van echte solidariteit met mensen in het geteisterde land.

NRC, 17 januari, over vliegtuigen die op en neer vliegen naar Port-au-Prince. “Maar de meeste vliegtuigen zin van het Amerikaanse leger. Dat geeft prioriteit aan het herstellen van de orde en het evacueren van Amerikaanse burgers; wij willen de bevolking eten geven.” Dat zegt een functionaris van het Wereld Voedsel programma, Jarry Emmanuel. Dat WFP kon pas hulpgoederen afleveren vanaf gisteren. “Donderdag en vrijdag was dat niet mogelijk, omdat Amerikaanse troepen en materiaal voorrang kregen.” Hoeveel mensen zouden zijn omgekomen omdat het aanvoeren van soldaten, het handhaven van ‘orde’ en het in veiligheid brengen van Amerikaanse burgers urgenter werd geacht dan het helpen van hongerige, zieke, ontredderde Haïtianen?

Dat ordehandhaven wordt nodig gevonden tegen ‘plunderaars. Weer de NRC, eveneens 17 januari: “”plunderaars maken misbruik van de totale afwezigheid van autoriteiten, en er wordt gevochten om hulpgoederen. ” Hoezo, misbruik?! Radeloe mensen met nog enige energie in hun lichaam proberen nog iets te pakken te krijgen. Moeten de ‘plunderaars’ soms netjes in de rij zitten wachten tot het hun beurt is om van honger, dorst en uitbrekende ziekten dood te gaan? En hoezo ‘ontbrekende autoriteiten’?! De  stad pult uit van de autoriteiten: 9000 soldaten in de VN_’vredesmaccht, binnnenkort 10.000 Amerikaanse militairen, allemaal keurig gewend orders op te volgen, allemaal vertegenwoordigers van ‘autoriteiten’, en allemaal deels machteloos tegenover de chaos, deels medeplichtig aan het voortduren ervan. Iets minder áutoriteiten’ zou een zegen zijnvoor de noodlijdende Haïtianen.

En dat vechten om voedsel: vinden we het gek? Op Nu.nl legt Rode Kruis-woordvoerder ter plekke  Sebastien Kraaijeveld het uit. “Er is helemaal niets meer, je kunt het mensen niet kwalijk nemen dat ze vechten om voedsel.”Doordat de hulpverlening niet direct op gang kon komen, hebben mensen al dagen niet gegeten of gedronken. daardoor ontstond de afgelopen dagen een onveilige situatie in het land.” het artikel geeft wat context. ” Het is de traagheid van de toevoer van hulp die tot gevechten en geweld leidt. Logische conclusie: alles wat de aanvoer van hulpgoederen vertraagt, dient onmiddellijk te verdwijnen, en het land moet gestaag bedolven worden onder voedsel, medicijnen, verpleegkundigen, artsen, noem maar op. Het sturen van soldaten als ordehandhavers (feitelijk:bezetters) gaat recht tegen werkelijk effectieve hulpverlening in, en dient te worden stopgezet. En als mensen dan merken dat er ononderbroken toevoer komt, kan de acute wanhoop zakken, en kunnen de vechtpartijen wegebben. Mensen die al zoveel doorstaan hebben, knokken immers niet voor de lol.

Tot zover even een enkel actueel punt. Ik heb al eerder geschreven over de achtergronden vande ramp, de redenen waarom Haïti bewoond wordt door straatarme mensen, die moeten wonen in krotten die een dodelijke val zijn bij een aardbeving. Die reden ligt in koloniale uitbuting, verdedigd met Amerikaanse miliaire bezettingsplitiek en steun aan corrupte wrede dictators. Veel meer over de trieste geschiedenis van Haïti, en de rol  van vooral de VS daarin, lees je in hoofdstuk 8 van “Year 501”, een boek van NoamChomsky.  Het hoofdstuk heet:  “The Tragedy of Haiti”. Aan die tragedie wordt, onder regie van Obama, dezer dagen een nieuwe paragraaf toegevoegd. Hoe lang nog, hoe vaak nog?!

Een enkel lichtpuntje. Op allerlei plekken komen solidaire mensen en groepen in de weer om een soort hulp op te bouwenwaar haïtianen in nood echt iets aan hebben. Een voorbeeld – jawel, uit de VS – van wat mogelijk  en constructief is:  een oproep van Miami Autonomy & Solidarity , een revolutinaire organisatie. Deze vraagt aandacht en steun voor Batay Ouvriye, een organisatie ter plekke die opkomst voor de rechten van arbeidersin de sweatshops financieel te steunen. Zo’n basisbeweging zet zich in om  de verhoudingen waardoor zoveel Haïtianen zo arm zijn en zo kwetsbaar, grondig te vranderen. Precies dát is nodig als we niet willen dat keer op keer vele tienduizenden nodeloos de dood in worden gejaagd.


Obama zet de jokers in

17 januari, 2010

Obama gaat onverdroten door met het  redden van de Haitiaanse bevolking na de aardbevingsramp die mogelijk 200.000 mensenlevens heeft gekost. Hij stuurt tegen de 10.000 militairen. Dat kan van pas komen, in het vullen van massagraven heeft het Amerikaanse leger de nodige ervaring opgedaan. In My Lai, Vietnam, kunnen ze daar meer over vertellen, net als in Irak waar in 1991 het begraven zelfs plaatsvond toen Iraakse militairen nog leefden, voor ze ondergebulldozerd werden door VS-militairen. In Haïti gaat het anders, daar hoeft het Amerikaanse leger tenminste niet zelf voor de aanwezigheid van lijken te zorgen.

Maar dat is niet alles! Hij zet nu ook de joker in, of beter; twee jokers. De eerste heet Bill Clinton. De  tweede heet George Bush. Zij mogen de Amerikaanse bevolking porren om gul te geven aan  de geteisterde Haitianen. Wie bedénkt zoiets?! Clinton was president in 1994. Toen dreigde hij met een Amerikaanse militaire invasie in… Haïtti. Onder druk van die dreiging verdwenen weliswaar dictators die in 1991 via een staatsgreep aan de macht waren gekomen. Maar de gekozen progressieve president Aristide mocht slechts terugkomen als hij zijn progressiviteit inperkte en het neoliberale beleid waar straatarme Haitianen juist zo onder leden, zou voortzetten. En nu moeten Amerikanen op zijn verzoek Haitianen helpen die mede dankzij diens beleid zo arm zijn dat hun huizen vanwege de aardschokken zijn bezweken?

Ja, en dan George Bush als hulpverlener. Zijn humanitaire instelling is bekend in Irak, waar pakweg een miljoen mensen zijn weldaden niet hebben overleefd. Met humanitaire instelling hebben trouwens ook vele Haitianen kennis gemaakt. Toen hij president was, verdreven rechtse gewapende groepen de eerder genoemde Aristide. Die bleek toch nog teveel progressieve tegenstribbelingen te vertonen tegen neoliberale dwang. Dat was in 2004. Deze staatsgreep, want daar kwam het op neer, had steun van de rechtervlegel van de Republikeindse Partij in de VS, en minstens instemming vanuit de machthebbers in de VS, waaronder dus de chef, George Bush.

Laat ik er verder weinig over zeggen, behalve dit. De man heeft een geloofwaardigheidsprobleem, net als Bill Clinton. Als ik overwoog om geld te geven voor Haïti, en Clinton of Bush kwam daar nog eens extra om vragen, dan bedacht ik me meteen, dan maakte ik geen cent over. Foute mannen, foute boel.

Het is glashelder. Westerse staten, de VS voorop, beantwoorden de aardbevingsramp op Haïti met het meest humanitaire concept uit de moderne geschiedenis: een militaire bezetting. Het is duidelijk: dit past in een lange traditie waarin de VS, samen met plaatselijke mchthebbers. De Haïtanse bevolking misbruikten voor eigen macht en gewin. Ik schreef daar al enkele keren over. Maar is het nodig dat de Haïtiaanse bevoking, na een eeuw vol plundering, dictatuur en neo(?)koloniale overheersing, nu ook nog eens ten diepste moeten worden beledigd door ze de hulp van mafiose ex-politici op te dringen?


Mijnheer Obama, vergéét Haïti!

16 januari, 2010

De taal biedt geen afdoende middelen om de verschrikking die Haïti heeft getroffen adequaat tot uitdrukking te brengen. De toestand na de aardbeving is verschrikkelijk. Een staatssecretaris in het land zegt dat er mogelijk 140.000 doden zijn, en dat er al 40.000 lijken zijn geborgen. De hulpverlening gaat erg moeizaam, overlevenden lopen deels verdwaasd rond, maar beginnen ook hun intense woede tot uitdrukking te brengen. Wereldleiders spreken intussen mooie woorden, sturen een kleine fooi en vooral een grote troepenmacht.

Obama loopt voorop in humanitair verpakte arrogantie. De VS stuurt tussen de 9000 en 10.000 soldaten, mogelijk meer. Daarmee wordt de  Amerikaanse troepenmacht groter dan de 9000 VN-militairen die er al zijn. “Het Amerikaanse leger zou inmiddels de leiding over het coördinatiecentrum van de VN bij het vliegveldop zich hebben genomen”, lees ik in de NRC. Met een Haitiaanse staat die ontredderd is, en de VN als nog min of meer functionerende structuur, en de omvang van de Amerikaanse troepenmacht, komt het er op neer dat de VS  de macht over Haïti hebben overgenomen – niet voor het eerst in de geschiedenis, zoals we verderop zullen zien.

Misschien dat een enkeling die dit leest zal zeggen: nu is niet het moment om over Amerikaanse militaire interventie te mopperen, nu zijn de soldaten er om mensen te helpen. Toch? Was het maar zo simpel. Een verslag in de Volkskrant vertelt over voedsel dat niet vervoerd kan worden naar mensen die het nodig hebben. Vervoer is onmogelijk. “VN-militair José: ‘Buiten het vliegveld staan honderden trucks gewoon stil. Ze kunnen niet weg of worden tegengehouden.’ Door wie? ‘De Amerikanen. Hun prioriteit lgt bij het repatriëren van hun staatsburgers. Daarna zijn de hulpgoederen aan  de beurt.” Het is maar dat we weten wat de Amerikaanse soldaten in de allereerste plaats zijn komen doen.

De Amerikaanse president heeft intussen wel een plechtige toezegging gedaan. “Gisteren zei Obama dat de Haitianen ‘niet zullen worden vergeten, niet in de steek zullen worden gelaten.” Het is grotesk. Kern van het probleem voor mensen op Haïti is nu juist dat ze door de hele twintigste eeuw heen, tot op de dag van vandaag, door de VS niet zijn “vergeten” en evenmin “in de steek gelaten.” Net zomin als de VS de eeuw daarvoor de oorspronkelijke Indiaanse bevolking is “vergeten” terwijl oorlog na oorlog tegen die mensen bezig was. Net zo min als de Ku Klux Klan zwarte mensen was “vergeten” voor ze aan het lynchen van zwarte mensen begon. Iets meer vergeetachtigheid van de VS had de Haitiaanse arme bevolking enorm veel leed bespaard.

Hier wat feiten om dit te verduidelijken. Ik pluk ze uit een artikel vanTed Rall,  met als treffende ondertitel: “Why the Blood Is on Our Hands”. Met ‘onze handen’ worden de handen van de VS bedoeld. Een enkel citaat uit dit met terecht sarcasme geschreven stuk. “Geef in Haïti deze week geen tectonische schijven de schuld. Negenennegentig procent van het dodental is te wijten aan armoede”, schrijft hij. En hij vraagt: “Hoe werd Haïti zo arm? Ondanks een eeuw van Amerikaans kolonialisme, bezetting en het overeind houden van corrupte dictators?”

Hij noemt het overnemen van Haïti’s zakenbank door een consortium van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken en voorloper van de huidige Amerikaanse bank Citybank in 1910 als startpunt. Hij noemt de Amerikaanse militaire bezetting – van 1915 tot 1934. Hij wijst erop dat 40 procent van het bruto nationaal product naar Amerikaanse bankiers ging. En hij vraagt dan: “Maar waarom zouden Haitianen klagen? Zeker, we stalen 40 procent van Haïti’s rijkdommen, gedurende 34 jaar. Maar we lieten ze 60 procent behouden.”

Hij noemt president Papa Doc’ Duvalier, als dictator neergezet in een staatsgreep met medewerking van de CIA in 1957. Dertigduizend mensen werden afgemaakt door  zijn doodseskaders, de Tonton Macoute. Hij noemt zijn zoon, Baby Doc, dictator vanaf 1971. Die stal volgens een schatting ergens tussen de 300 en de 800 miljoen aan staatsgelden. Dat waren het soort mensen die de bescherming van de VS genoten. De narigheid stopte niet na de val van Baby Doc in 1986. De narigheid gaat door.

Slotzinnen van het artikel: “Amerikaanse bedrijven als Disney betalen edelmoedig lonen aan hun sweatshop-arbeiders van 28 cent per uur. Wat willen die ondankbaren nog meer?” Wie die geschiedenis onder ogen ziet, kan toch weinig anders dan erkennen dat Haïti’s bevolking beter, veel beter af zou zijn als ze eindelijk, na een eeuw rampzalige bemoeienis, door de VS zou worden “vergeten”?


Haiti: voorspelbare sociale ramp

14 januari, 2010

Dertig- tot vijftigduizend doden, zoals president Rene Preval zegt? Honderdduizend doden, volgens de schatting die de ambassadeur van Haïti in de VS maakte, en zoals ook premier Jean-Max Bellerive denkt? Het Rode Kruis houdt het op 45.000 tot 50.000  doden. Maar niemand die precies weet hoeveel slachtoffers de aardbeving van Haïti gekost heeft – en nog zal kosten. Vast staat dat het land me negen miljoen, in meerderheid straatarme, bewoners, een enorme catastrofe te incasseren kreeg en krijgt. Natuurkrachten deden huizen en  gebouwen instorten, waardoor de vele, vele duizenden omkwamen. Maar het waren sociale krachten die ervoor zorgden dat die huizen zo krakkemikkig waren, net zo goed als sociale krachten ervoor zorgen dat de maatschappij de consequenties van dit soort natuurkrachten niet aan kan en dat mensen vervolgens ook volstrekt ontoereikende hulp krijgen. Gulheid van mensen elders voor de overlevenden is goed. Maar tegelijk moeten de sociale, economische en politieke wortels van de ramp onder ogen gezien worden – en aangepakt.

Mensen kwamen om het leven omdat hun, dicht opeengepropte en uiterst gammele woningen instortten door de aardschokken. De vraag is dan: waarom wonen zoveel mensen in zulke totaal ontoereikende huisvesting? Ashley Smith gaat in Socialist Worker (VS) op die vraag en soortgelijke vragen in, en geeft een kort overzicht van de recente geschiedenis van Haïti.

Daar kunnen we lezen hoe  het land tientallen jaren lang onderworpen was aan een keiharde dictatuur, van Papa Doc Duvalier, en zijn zoon Baby Doc. Die was pro-Westers, gesteund door de VS, en pro-ondernemers. De economie werd ingericht op basis van wat tegenwoordig neoliberalisme heet. Kapitaal ging naar op export gerichte industrie, die mensen tegen zeer lage lonen aan het werk zette om bijvoorbeeld baseballpetjes te maken. Dat trok mensen van het platteland naar de hoofdstad Port-au-Prince. Tegelijk concurreerde goedkope import van landbouwproducten de arme boeren van het land af. Zij zochten hun bestaan in de stad, in die sweatshop-industrie. Maar oor alng niet elke van het land vertrekkende boer was er zelfs maar zo’n hongerloontjesbaan.

Zo kwamen honderdduizenden arme Haitianen terecht in uitpuilende krottenwijken, in bouwsels die nauwelijks een aardbeving nodig hebben om in elkaar te zakken. Het is dit, op ondernemingswinst gerichte, economisch model, dat miljoenen mensen in levensgevaarlijke omstandigheden bijeengedreven heeft. Hoe levensgevaarlijk, blijkt nu niet voor het eerst. eerder al werd het land geteisterd door enorme orkanen, met soortgelijk dodelijk gevolg.

Baby Doc is er intussen allang niet meer, hij is in 1986 door een volksopstand verdreven. Erna volgden eerst staatsgrepen, en later kwam via verkiezingen de linkse Aristide aan het bewind.  hij probeerde progressief beleid door te voeren, maar de zaken- en militaire elite lag dwars, een staatsgreep in 1991 verdreef Aristide. In 1994 bonden de militaire dictators in, onder  druk van een Amerikaanse militaire invasie. Aristide mocht terugkomen als president, maar op voorwaarde het linksige beleid gekortwiekt zou worden. Er veranderde dan ook vrij weinig aan de armoede, maar Haitianen ademden wat vrijer en hadden wat meer  ruimte om zich voor hun belangen te organiseren.

Doodseskaders bleven echter actief, en de rechtse druk op  Aristide – niet erg links, maar nog te links voor de elite – groeide. Met Amerikaanse steun verdreven rechtse krachten Aristide opnieuw. Een corrupte regering kwam ervoor in de plaats, de VN leverde een bezettingsmacht, van “peace-keepers” uiteraard. In verkiezingen kwam een aanhanger van Aristide als winnaar boven, de huidige president Preval. Hij was vrijwel machteloos en bleef het neoliberale, vanuit de VS opgedrongen, beleid steunen.

De echte macht lag in handen van de VN-macht: 9000 soldaten, onder Braziliaanse leiding. Ja, het Amerikaanse imperialisme heeft geleerd plaatselijke belangen uit te besteden en doet niet meer alles zelf. Dat imperialisme, haar VN-zaakwaarnemer, en de gammele Haitiaanse staat die dat imperialisme en de Haitiaanse zakenelite dient, zijn verantwoordelijk voor de sociale ellende én voor de erbarmelijke staat van de infrastructuur die hulpverlening nu ernstig bemoeilijkt.

Hoe de verhoudingen liggen blikt uit het bericht dat de VS 3500 militairen van de 82e Airborne Divisie stuurt, om te helpen, vanzelfsprekend. Vandaag worden de eerste 200 verwacht. Hoe de verhoudingen liggen blijkt ook uit andere berichtgeving. “Duizenden Haitiaanse politiemensen en blauwhelmen van de VN proberen iets van orde te herstellen in het zwaar getroffen Haiti. Plunderaars halen winkels leegen gaan vervolgens op in de stromen van wanhopige vluchtelingen. In de hoofdstad Porte-au-Prince stortte de grootste gevangenis in. Gevangenen ontsnapten, meldt een VN-woordvoerder.” Ordehandhaving, bestrijding van ‘plunderaars’ en drukte om het ontsnappen van gevangenen, ziedaar waar de ‘vredestroepen’ en de Haitiaanse staat hun prioriteiten leggen. En is het werkelijk zo moeilijk om in die ‘plunderaars’ mensen te herkennen die zichzelf proberen te helpen omdat ze op iemand anders kunnen rekenen?

President Obama doet intussen meer dan troepen sturen om de westerse bezetting van Haïti van enige humanitaire glans te helpen voorzien. Hij belooft ook 100 mijoen dollar, oftewel ruim elf dollar per Haitiaan. Dat schiet echt op, even aangenomen dat die dollars ook echt ten goede komen aan arme mensen die hulp nodig hebben. ndere staten geven ook een fooi, Nederland komt met 2 miljoen. Ik twijfel er niet aan dat de oprechte begaanheid van gewone, niet bepaald rijke mensen, via inzamelingsacties de magere giften van rijke regeringen al snel in de schaduw zal stellen.